Ik kreeg net een soort kuitkramp… in m’n borst…
Net of m’n slokdarm mijn kaak tussen m’n schouderbladen wilde trekken. Ik typte rustig door aan mijn vorige post, totdat me de kramp echt góed begon op te vallen.
Hee, ik zal toch niet dóódgaan!? Moet dat nú!? Daar heb ik toch helemaal geen tíjd voor!

Ik ben een poosje op en neer gaan drentelen, over straat, tótdat de pijn langzaam wegtrok…
Hè?
Welnee, maakt u zich geen zorgen! Deze hypochonder wordt waarschijnlijk honderd jaar! Maar… wat ik even kwijt wilde is dit…
Het merkwaardige (en tevens opbeurende) is dat men helemaal geen angst voelt op zo’n moment – niet voor de gebeurtenis an sich, bedoel ik. De enige gedachte die me martelde was: Maar hoe moet dat dan met mijn vrouw straks, als ik er niet meer ben!?

Kortom, ik weet nu al wat mijn laatste gedachte zal zijn, als mijn uur écht geslagen heeft.
Leuk, hè!?
Nou, dát wou ik even kwijt…