Eén van jullie stond er bij mij op aan dat ik mij even voorstellen zou en kom in de kunde. Neem mij niet kwaad af, dat ik niet meer weet wie dat geweest heeft. Ik kan dat niet weerom vinden, zie. Ik heb nog niet zoveel doel over dat FB en zowatheen. Evenveel, ik heb mij een jaarmenig geleden naar wonen gezet in Portugal. Dat is ziezo om en toe gegaan …
Toen mijn ouwelui lang om laat – d.i. na een lang ziekbed – uit de tijd raakten en mijn wijf met mijn beste vriend uitgenaaid was, was er eigenlijken niet zoveel meer dat mij aan Nederland bond. Dat toen heb ik een zeilboot aangetuigd en ben het zeegat tussen het Ameland en Schiermonnikoog uitgetrokken. Eerst maar naar Zweden toe, naar ons oom-en-die, want ik wou wel graag weer eens een bekvol Fries praten, zie.
Het is spijtigernoeg nu eenkeer zo, wij krijgen door de band pas voor ’t verstand wat een gewichtig part van ons hart onze moedertaal eigenlijken inheeft, als het te laat is – als onze (groot)ouwelui er niet meer zijn. En onze moedertaal moet men pervoorst niet voor naar Friesland toe vanzelf – zulks hoef ik jullie niet te vertellen. Onze schone sprake is daar in de laatste vijftig jaar omdenken uitgeruipeld door de Hollandse media – door De Snol en Endemol, laat ons maar zeggen. En toen ik eens een stukje, dat ik in een schoolschrift van onze moeder weeromgevonden had, waar zij als meisje van 16 de bevrijding (van Stiens) in beschreef, toen ik dat stukje toestuurde aan de Leeuwarder Courant, kreeg ik keurig in hooghaarlemmerdijkjes ten antwoord: Wij doen eigenlijken niets met het Fries, heer Slager. Zij schreven er nog net niet achterna: En dat spijt ons geen grevel.
Afijn, als men zien wil hoezeer het Fries in de nederklits zit, hoeft men enkeld maar op FB te kijken, nou!?
Er zijn vanzelf noch immeraan goedzen die ’t Fries goed in de bouten hebben en wier Fries wel voor de kramen langs kan, maar zij lijken in de toeleg te zijn en geef alleman met haasten een snuitslag als hij of zij een rare puister maakt. Dat zal zonder mis goederbest bedoeld zijn, maar het is al van die gevolgen dat haast niemand het nog bestaan durft en zeg of schrijf wat in het Fries, nou. Haast elkeneen houdt hem in het hemd bebeten de hersens. En diegenen die bijtijden nog wel wat schrijven, zijn voortendadelijks op één einde als iemand hen uit goederbesten op een buitenslag vergt. Dat men kan van denken wel hebben: De grootste vijand van het Fries is de Fries (zelf).
Maar gelukkigernoeg kwam ik deze webzijde tegen, waar op het heden het gaafste Fries geschreven wordt. En de weethoevele aardige reacties op de stukjes lijken de digitale inwoners van Bokwert (of is dat met –dt?) ook stukken fleuriger mee – een luchtige veste in een wakker zwaarzettig vermidden, zo’t het lijkt. Dat, als het jullie evenveel is, zou ik bijwijlen graag de digitale voet onder jullie tafel zetten willen. Hoe lijkt dat?
Mijn wiegje stond in Mantgum. En ik heb ook nog aan de voet van de UTD in Akkrum aan de vaart gewoond, waar ik Jan en alleman, en Eldert bovendien, van en toe een wan op de huid gaf met mijn houtene kruide, als het zin mij verkeerd stond. Maar toen ik drie was, heb ik onze oudere zus en ouwelui onder de arm genomen en vervaar om uitens. Ik heb vijftien jaar geleden nog wel een blaumaandag in Blija gewoond. Verder niet. Nou ja, ik heb als jonge wel veel te uitvanhuizen geweest bij onze pake en beppe in Stiens vanzelf. En daar heb ik ook weethoeveel omgeslagen op de plaats van onze oude pake Japik Kingma voor het kaatsveld over (bij winterdag de ijsbaan trouwens).
En nu huisman ik dus in het zuiden van Portugal. Toen ik daar voor de wal ging met mijn zeilboot, kwam mij het mooiste en liefste vrouwmens over het mat dat men hem bedenken kan. Afijn, zoals men zo kernachtig in Holland pleegt te zeggen: Shit happens! Ik mag zo uit en door nog graag wat schrijven in onze moedertaal, maar ik doe dat meest voor mezelf, gewoon uit de wille. Want de hedendaagse Fries vindt mijn stukjes door de band verste droog. Doordat ik eertijds Fries geleerd heb van lui die niet bijster hoogontwikkeld waren en nog geen modern Fries geleerd hadden van Endemol-en-dy, is mijn taaleigen een beetje achterlijk, zie. Wie gelijkzo achterlijk is als ik, kan hem het hart ophalen op mijn blog www.janblogger.eu. Ja, zo kan het eerst wel even toe niet?
Mag ik besluiten met de gevleugelde woorden van ons aller Rink (hij ruste in vrede!): Bokwert forever!