Ik heb een oomzeggertje die, toen ie klein was, weleens wat uit z’n handen liet flikkeren; dan eerst beteuterd naar de scherven op de grond staarde, om vervolgens, na enig nadenken, twee oprechte kijkers omhoog op mij richtend, met uitgestreken smoel te beweren: Was al zo!
Kijk, zo’n genie kan een potje bij me breken.

Aan hem moet ik altijd denken, wanneer de president van Rusland weer eens een “streek” bij hoog en bij laag ontkent. Ik acht laatstgenoemde namelijk in staat om, aangetroffen in een afgesloten kamer zonder ramen, sleutel aan de binnenkant van de deur, aan zijn voeten een met kogels doorboorde politieke tegenstander, met een stalen gezicht te beweren, smoking gun nog in de hand: Was al zo!
De snoes! Dat schattige, kleine opneukertje!
Maar, betekent zulks tevens dat Vladimir bij zijn kiezers nog wel een potje breken kan voordat hij het definitief verbruid heeft?

Een Russische generaal-in-ruste noemde dat keihard ontkennen van wat voor iedereen zichtbaar is, laatst (tóen naar aanleiding van de klucht rond Krim en Oost-OekraIne) “onze beproefde en altijd weer werkende cloak and dagger politiek”.

Okee, een voorganger van Vladimir mag dan met een Stalin smoel miljoenen tegenstanders met een sierlijke haal van zijn kroontjespen de strot afgesneden hebben (hoezo, de pen is dodelijker dan het zwaard?), maar… het is nou wel een keer leuk geweest. Toch? Bedenk ‘s wat nieuws!

Hierover mijmerend, wordt deze Adelaar van Toledo overvleugeld door een groepje losjes pedalerende renners, van die kleine opneukertjes, waarvan de achterste een meewarige blik over zijn schouder werpt en tegen beter weten in me toeroept: Bamos, bamos! (Hetgeen Spaans is voor: 2 porties bami, alstublieft!)
Ik antwoord in vloeiend Spaans: Bale, bale! (= Sambal bij?)
Ja zeg, hijos de Poetin!