Misschien kent u het, het gevoel dat indien men maar kalm en beheerst rijdt, en daarbij goed uitkijkt, er eigenlijk niet zoveel kan gebeuren.

Welnu, dat is een illusie!
Daar kwam ik eergisteren rond een uur of vijf achter. Wat geschiedde…
Mijn vrouw en ik waren boodschappen wezen doen in Cartaya, een plaatsje aan de Spaanse zuidkust. Vanaf de supermarkt waren we noordwaarts gereden en enkele tientallen kilometers later linksaf de autoweg opgedraaid die van San Bartolomé de la Torre naar Villanueva de los Castillejos voert – een knooppunt op ongeveer negen kilometer afstand van laatstgenoemd stadje.
Diegenen onder u die daar dagelijks langskomen, weten natuurlijk dat de weg daar eerst gestaag omhoog loopt. Anders gezegd, men ziet de cabine van de tegenliggende vrachtwagen pas als men de heuveltop bijna bereikt heeft. Zo ook wij…
Wat er verder nog aan verkeer achter die grote vrachtwagen aankwam, daar heb ik niet zo op gelet om eerlijk te zijn, want op de top aangekomen zag ik op het allerlaatste moment een autowiel dat met duizelingwekkende snelheid over onze weghelft recht op ons afgezoefd kwam. Uitwijkmogelijkheden waren er niet, met het voortrazende verkeer op de linker weghelft en een diepe greppel rechts van de weg. Daar was bovendien helemaal geen tijd voor…
Hè?
Nee, ook niet als ik Max Verstappen had geheten, nee!
Poemba!!!
Mijn vrouw begon te gillen. Para! Pááára! (vrij vertaald: Stóóóóóp!)
Al had ik willen doorrijden, ik kon niet veel anders dan haar advies opvolgen, want mijn linker voorwiel was finaal afgebroken. Dat laatste constateerde ik overigens achteraf pas, op het moment zelf voelde ik alleen dat onze Volf op zijn tanden over het asfalt schoof en dat ik alle moeite moest doen om hem op onze weghelft te houden. Toen we tot stilstand waren gekomen, maande ik mijn vrouw allereerst te stoppen met gillen, dan uit te stappen en zo snel mogelijk – door de bérm, hoor je!? – vijftig meter terug te lopen teneinde achteropkomend verkeer te waarschuwen. Nog een geluk trouwens, bedacht ik later, dat ik niet een Dwarsgespikkelde Iberische Bumperklever achter me had op het fatale moment! Doch, elke idioot die nu met 120km/u over de heuveltop zou komen, zou onvermijdelijk achterop onze Volf klappen.
Terwijl ik achterin tussen de kratten en tassen vol boodschappen op de tast zocht naar de gevarendriehoek en het groene reflecterende hesje, hoorde en voelde ik achter me een auto met piepende banden remmen en in mijn knieholtes tot stilstand komen.
Pedro, uit het nabijgelegen Puebla de Guzmán, had de signalen van mijn vrouw begrepen en overeenkomstig gehandeld. Dat wil zeggen, we wisten tóen nog niet hoe hij heette, dát hoorden we achteraf pas toen we tijd hadden om handen te schudden en ons voor te stellen. Maar eerst moest Pedro bliksemsnel met knipperende lichten een dertigtal meters achteruitrijden, teneinde samen met mijn vrouw bovenop de heuveltop eventueel volgende aanstormende asfaltjeugd te waarschuwen. Inmiddels had ik de gevarendriehoek bij z’n kladden en plaatste die een twintigtal meters achter de wagen van Pedro op de rijbaan.
Het begon donker te worden en… zachtjes te regenen.