Ik houd niet van verspilling…
Dat heeft misschien meer met opvoeding te maken dan met economische omstandigheden; als ik een miljoen op de bank zou hebben, zou ik niet anders zijn. Mijn eerste vrouw zat aan het andere einde van de schaal; die vond het wel stoer om dingen die nog zo goed als nieuw waren, weg te gooien. Die had dat weer van háár moeder!

Het andere einde van de schaal?
Dat meende ik, ja, totdat ik “onze” dochter leerde kennen. Maar, die past op geen enkele ondermaanse schaal.
Ik zal een voorbeeld geven…
U zal misschien zeggen “Het gaat helemaal nergens over!”, maar daarom heet het ook “een voorbeeld”…

– Wat sta jij nou te doen!?
Onze dochter in de keuken? Dat was sinds de Anjerrevolutie van ’74 niet meer voorgekomen…
Wablief? De WK-finale van ’74?
Mag ook! Die verlóren WK-finale, bedoelt u…
Oh, sorry! Ja… eh, wie begínt erover!?
Afijn…
Mijn vrouw en ik waren op de bank in slaap gevallen; driekwart van het achtuurjournaal was weer eens gegaan over de kleur van de onderbroek van Cristiano Ronaldo. Kennelijk door honger gedreven, was dochterlief uit haar schulp gekropen teneinde dan in godsnaam zélf maar de ossenstaart bij de hoorns te vatten…
– Ik sta een kopje soep voor ons drietjes op te warmen, beantwoordde dochterlief mijn vraag.
Mijn vrouw had namelijk die middag ná de warme maaltijd een enorme pan soep staan brouwen, genoeg om een weeshuis te voeden, gedurende een wéék.
Ik rukte het deksel van de pan…
– Je gaat toch niet een tot de rand toe gevulde ketel staan verhitten, voor slechts dríe kopjes soep!? Je lijkt wel niet goed bij je hoofd!?
Ze staarde me met een lege blik aan, een soort soepblik.
– Hoe moet dat dán?
De opvoeder in mij werd – tegen beter weten in eigenlijk – wakker; ik zou onze achtentachtigjarige dochter eens even de kneepjes bijbrengen! Ik greep een klein pannetje van de plank, hevelde dáár een aantal sleven in over en zette dat op het vuur…
– Kijk, zó doe je dat! Gesnopen!?
Ze haalde haar schouders op en kroop terug in haar schulp; ze zou het wel hóren, als de soep op tafel stond.
Kortom, alles was weer bij het oude; vader-met-de-korte-achternaam in de keuken, dochter in afwachting van de gebraden duiven die haar eigener beweging in de mond zouden vliegen.

Dat was een paar weken geleden. Gisterenavond gebeurde bijna hetzelfde…
Bíjna! Want mijn vrouw en ik snurkten deze keer vredig door, terwijl Ronaldo live een persconferentie gaf over de onderbroek-van-de-week en dochterlief zich, opnieuw door honger gedreven, in de keuken verschanst had.
Opeens hadden er drie dampende koppen soep op tafel gestaan…
Kijk, dames en heren, dát… is luxe!

Na de maaltijd breng ik de lege koppen naar de keuken en zie twee pannen op het fornuis staan. Een golf van trots doet mijn hangtieten zwellen…
Warempel, zou er dan eindelijk iets van vaders wijze lessen beklijfd zijn in dat volstrekt lege hoofdje? Voorwaar, een historisch moment!
Nog ongelovig trek ik het deksel van de kleinste pan; daar rust nog een bodempje soep in…
Waarom ik zojuist genoegen heb moeten nemen met een halfvolle kop, is me opeens een raadsel, maar… nu níet meteen spijkers op laag… eh, water gaan lopen zoeken, hè! Geniet éven van de overwinning!
Ik trek het deksel van de andere pan…
Oók leeg! Op een half kopje soep na…
Dit gebeurt niet werkelijk, hè!? Zó dom kan íemand toch niet zijn, menselijkerwijs gesproken!
Mijn vrouw, die inmiddels ten tonele verschenen is, ziet mij daar staan in het kleine keukentje, als bevroren, het deksel geheven in het luchtledige, ongeloof… wat zeg ik, paníek op het gelaat.
– Waar is de soep, breng ik stamelend uit.
– Oh, antwoordt ze, ik heb vandaag niet zoveel gemaakt, amper genoeg voor drie koppen.
Ik barst in snikken uit…