“Gelukkig zijn er ook minder gelukkige momenten zodat je de gelukkige momenten beter kunt herkennen”, reageerde een kameraad op mijn vorige post.
Met andere woorden, geen berg zonder dal, geen gezondheid zonder ziekte, geen vrede zonder oorlog, geen leven zonder dood… afijn, ga zo maar door; begrippen krijgen eerst betekenis door het bestaan van een tegenhanger!
Je hebt helemaal gelijk, jongen!

Toch zijn er mensen die ervan overtuigd zijn dat financiële welstand een permanente(!) staat van geluk teweegbrengt; die zich daarop zelfs dermate blind staren, dat ze vergeten te genieten van de werkelijke rijkdommen die ze bezitten, doch hun door hun alledaagsheid zo gewoontjes toeschijnen – zeg, gezondheid, brood op de plank, wijntje, trijntje, vriendschap… en meer van die flauwekul.

Die mensen zouden toch minimaal aan het twijfelen moeten slaan, wanneer bijvoorbeeld een Engelse prins ervan beschuldigd wordt geregeld het Caribische privé-eiland van een puissant rijke Amerikaanse vriend – een notoire en bovendien veroordeelde schuinsmarcheerder – aan te doen teneinde kleine meisjes te misbruiken. Dat ís toch van een zieligheid…!
Hè?
Ja, zielig voor die meisjes ook, ja! Maar… dát bedoel ik niet! Die meisjes, die daarvan kennelijk ook overtuigd waren, dat geld gelukkig maakt, hebben tenminste van nabij (van wel héél nabij, in hun geval) mogen aanschouwen dat zulks niet helemáál klopt – en misschien helemaal níet.
Maar, wat ik bedoel is…
Zie je het voor je? De oude koningin die haar jongste zoon de mantel uitveegt: “Nou, heb je alles wat je hartje begeert, jongen; je hebt geld, je hebt status, je hebt aanzien! Wat wil je nou nog meer?”
“Ik wil neuken, moeder!”

Die mensen die desondanks in die overtuiging volharden – dat geld gelukkig maakt, bedoel ik – ja, die moeten dan maar van staatswege tijdelijk(!) “ondergedompeld” worden in immense rijkdom, mét alle gevolgen van dien – dus inclusief “vrienden” en “liefhebbende verwanten” die daarop afkomen…
Ik zeg “van overheidswege”, maar Endemol mag natuurlijk ook. In dat laatste geval zij bij deze wel even vastgelegd dat het idee van mij is, hè, in verband met de televisierechten!
Wat nou, “je spreekt jezelf tegen nu!”? Een zakcentje is nooit weg! Toch? En, als je een beetje geld hebt, dan kun je tenminste eens lekker van b… afijn!

Terug ter zake…
Als dan na enige tijd die rijkdom van rijkswege (of door Endemol dus) weer “afgepakt” wordt, “vrienden” en “liefhebbende verwanten” elders hun heil zoeken, onder medeneming van de cameraploegen, en de rust langzaam terugkeert, durf ik er wel een kratje of twee onder te verwedden, dat de tijdelijke rijkaards na afloop opgelucht ademhalen en tegen elkaar verzuchten: Toch wel lekker knus zo, hè, met z’n beidjes weer, voetjes bij de kachel!

Wat? Spelregels? Dat de deelnemers niet bijvoorbeeld een deel van hun pas verworven rijkdom bij hun liefhebbende verwanten of vrienden mogen “stallen”, voor later?
Ja hoor, wat mij betreft wel! Waarom niet?
Mensen die kostbaarheden bij de buren “in bewaring” gaven, kwamen na de oorlog immers veelal ook van een koude kermis thuis! En, die buren vonden het natuurlijk “een echte jodenstreek”, dat juist die mensen de kampen overleefd hadden: “Nee, hoor, mevrouw, dat schilderij is al generatieslang bij ons in de familie! Trouwens, wie is u eigenlijk…?”