Hielden de “bombeiros” van afgelopen nacht er een “sportieve” rijstijl op na, de “bombeiras” van nu laten de ambulance af en toe met alle vier wielen van het wegdek loskomen. Tot mijn ontzetting zie ik dat het mokkel achter het stuur aandachtig een BlackBerry (of hoe heten die palmtop computers ook maar weer?) zit te bedienen. En ik heb géén schone onderbroek bij me gestoken, bij vertrek! Of moet ik zeggen “bij lift-off”?

Het merkwaardige is dat we het traject naar de Urgência (in rond Hollands natuurlijk “Emergency Room”) met loeiende doodsverachting en ware sirene in recordtijd verslinden, waarna we, daar aangekomen, in een stampvolle wachtkamer mogen plaatsnemen en keurig op onze beurt wachten…
Hoezo “emotionele rollercoaster”!?
Ik bedoel, het gebeurde met mijn vrouw had ongemerkt de metaalmoeheid in mijn – doorgaans toch – stálen zenuwen doen sluipen. Het ten tonele verschijnen van de politie (kennelijk gewaarschuwd door de alarmcentrale) daarenboven die langs de neus weg vaststelde, dat de hond niet ingeënt was, maakte de zaak er niet beter op…
Hè?
Nee, geen flauw idee wat voor gevolgen het heeft voor de slachtoffers als de dader niet gevaccineerd is, maar een hardnekkig stemmetje bleef in mijn oor snerpen, dat zulks goed foute boel is, begrijpuwel!?
Als dan vervolgens de ambulance onderweg zes keer door de geluidsbarrière gaat, omdat de bestuurster kennelijk van mening is dat elke verspeelde seconde er één te veel is, is het dan gek – vraag ik u af – dat er een stoot adrenaline door mijn lijf giert waarmee men een fiks om zich heen slaande heidebrand nog wel zou kunnen blussen…!?
Als men dan vervolgens nonchalant wuift “Gaat u daar maar even rustig zitten met uw vrouw!”, dan… ja, dan kan men het gebouw beter evacueren… uit voorzorg. Want een Palestijnse zelfmoordterrorist heeft op zo’n moment minder explosieve kracht dan ik.

Kennelijk had men het stralingsgevaar dat er van mij uitging, bij de prioritering (die meteen bij aankomst plaatsvindt) onderkend, want na enkele minuten reeds werd de heer Tiago Tsjernobyl, met een ding-dong stem die de volle wachtkamer terstond het zwijgen oplegde, vriendelijk verzocht om zich met zijn eega naar de afdeling Kleine Chirurgie te begeven. Ik greep mijn vrouw bij de handvaten (van haar rolstoel) en vergat bij de open zoevende schuifdeur, ondanks de waarschuwende kreten van het ordepersoneel, tijdig te bukken…

De schade viel reuze mee. Drie hechtingen, in mijn voorhoofd…
Het zal de niet al te oplettende lezer inmiddels wel opgevallen zijn, dat dit verslag meer over mij gaat dan over het slachtoffer zelf. Een volgens mij typisch mannelijk trekje. Ik kan u daarom net zo goed nu kond doen van het incident dat de afgelopen nacht plaatsgreep. Een incident dat ik in eerste instantie heb weggelaten, uit schaamte…
Toen we vannacht voor de eerste keer met de ziekenauto aankwamen, bood een bekommerde verpleegster, toen we een minuutje moesten wachten, aan een kopje thee met suiker te gaan halen. Ik begreep dat geruststellende gebaar wel, want ik was één bonk zenuwen.
Nee, dank u, glimlachte ik minzaam, doet u geen moeite. Ik moet effe niks!
Ik had het tegen uw vróuw, meneer!
Dat zég ik… typisch mannelijk trekje.

Afijn, ‘s avonds terug bij de tent met een rugzak vol antibiotica deed ik mijn vrouw de volgende bekentenis…
Heel leuk, hoor, dat wildkamperen, maar… mij toch een tikkeltje te wild!