Dankjewel, Volvobug!
Je toont meer belangstelling dan “onze” eigen dochter. Toen ik haar eergisteren bij thuiskomst het verhaal wilde doen, hield ik opzettelijk even mijn mond nadat ik haar verteld had dat haar moeder van haar stokkie ging…
Ik wachtte tevergeefs op haar “En toen?”
Ze greep mijn adempauze aan om zich om te draaien en weg te lopen. Haha!
Maar… als je mijn verhalen over haar een beetje gevolgd hebt, dan zul je ongetwijfeld begrepen hebben dat er voor “onze” dochter maar één persoon op aarde is die telt…
Je mag drie keer raden wie!

Om op je vraag terug te komen…
Ja, dank je, het kwam allemaal goed!
Mijn vrouw kwam mij een paar uur later met de eigen benenwagen uit mijn benarde positie ontzetten…

Toen ik die nacht de wachtruimte was komen binnenstruikelen, had ik daar namelijk een paar “ciganas” (= zigeunervrouwen) aangetroffen, zo te zien een moeder met haar volwassen dochter. In de uren die volgden had La Mamma een tweetal malen rochelend de keel geschraapt, waarna ze me op bevelende toon vroeg, hoe laat ‘t was.
Ik begon net bij mezelf een romantische voorstelling te fabrieken over de solidariteit onder het Roma-volk, dat massaal de wachtkamers komt bevolken zodra er één hunner in het ziekenhuis wordt opgenomen, toen er een schaduw over me heenviel…
Geef me tien euro, beval La Mamma terwijl ze bij wijze van aanmoediging een hand ophield.
Haar massieve gewaad, dat slechts haar uitgestoken hand en een deel van haar masculiene gelaat onbedekt liet, leek alle licht, als een soort Zwart Gat, uit de wachtkamer weg te zuigen.
Had ik de “overval” zien aankomen, dan had ik misschien wat assertiever gereageerd dan ik nu deed…
Ik heb geen tientje, counterde ik lafjes.
Je hebt anders net een taxi besteld, reed ze me klem.
Ze had me kennelijk afgeluisterd, toen ik zojuist aan de juffrouw achter de balie gevraagd had om een taxi te bestellen, nadat me het heuglijke nieuws bereikt had dat mijn vrouw wel was en elk moment ontslagen kon worden.
Jawel, manoeuvreerde ik me naar de vrijheid, maar ik moet straks met de taxi langs de flappentapper, want… ik heb alleen wat muntgeld.
Geef me je muntgeld!
Ik hield triomfantelijk mijn broodje ham/kaas omhoog dat ik zojuist uit de automaat getrokken had.
Hij heeft zijn muntgeld in de machine gegooid, verklaarde de dochter haar moeder, die mijn gebaar duidelijk niet begrepen had.
Neem ons mee in de taxi naar Ferreira do Alentejo, zette La Mamma me zonder te verblikken de bumper op de keel.
Maar wacht ‘s even, ging mij opeens een licht op (voordat het met huid en haar in het Zwarte Gat verdween), deze Roma-dames zijn hier helemaal niet vanwege een ziek familielid; die zijn hier omdat deze ruimte een dák heeft en omdat ze op zoek zijn naar willige slachtoffers, bij voorkeur tamme Hollanders die hun defensie niet op orde hebben.
Gelukkig kwam net op dat moment mijn vrouw binnen en als een volleerd dompteur zette ze met een paar welgemikte volzinnen La Mamma klits-klats op haar nummer.

De taxi sukkelde met een gangetje van elf-en-dertig over de op dat uur volstrekt verlaten provinciale wegen. De chauffeur reed alsof ie na elke flauwe bocht een mijnenveld vermoedde.
Ik wisselde enkele blikken van verstandhouding met mijn eega: Ach, dat kan er ook nog wel bij! Het belangrijkste is dat alles goed is afgelopen!
Hoe had ik immers op dát moment moeten bevroeden, wat die rampzalige dag nog voor ons in petto had!?