Van een Zweedse echtpaar leen ik het door de auteur zelf gesigneerde boek Hands Open…
Les Powles beschrijft hierin zijn twee wereldomzeilingen in zijn (goeddeels) zelfgebouwde boot. Met name de eerste helft van het boek is hoogst vermakelijk. Met een diep gevoel voor humor en veel zelfspot verhaalt hij van zijn eerste wankele bewegingen op het zilte nat. Bijvoorbeeld, wanneer hem na de tewaterlating een ligplaats wordt aangewezen en hij met het schaamrood op de kaken moet opbiechten dat hij nog nimmer een boot bestuurd heeft, laat staan in een box gevaren. Of de kostelijke belevenissen na zijn stranding in Brazilië waar hij er wekenlang in slaagt de overtuiging bij zichzelf in leven te houden dat hij zich ergens in de Caraïben bevindt. Een Amerikaan, die een brief van hem ontvangt, ziet de humor niet in van Powels’ navigatiefoutje en roept iets in de trant van: This guy doesn’t even know which bloody hemisphere he’s in!
Rond die tijd rijpt niettemin het plan om ten tweeden male de wereld rond te zeilen, maar dan non-stop. Deze reis beschrijft hij in het tweede deel van het boek. In dat deel krijgt bij mij de ergernis langzaamaan de overhand om ‘s mans halsstarrige weigering een vis te verschalken, omdat hij “niet een ander levend wezen wil doden”. Dát, terwijl hij zelf bijna doodgaat en hem door voedselgebrek de tanden uit de bek vallen…
In godsnaam, de overlevering wil dat zelfs Jézus een visser was. De uitdrukking Roomser willen zijn dan de paus is in dit geval nog een understatement, dunkt me.
Maar goed, misschien past respect voor iemand die zijn principes trouw blijft in weerwil van tergende omstandigheden. In ieder geval past respect voor Powles’ zeilprestaties.

Voor wie ik ook enorm veel respect gekregen heb na lezing van haar levensverhaal is Helen McArthur…
Nou moet gezegd dat ik hiervóór nooit enige belangstelling heb gevoeld voor het racecircuit en bovendien boordevol vooroordelen zat over dat wereldje: mensen die van top tot teen volgeplakt zitten met Marlboro en… ongetwijfeld jongen van rijke ouden zijn.
Welnu, het verhaal van McArthur heeft mijn mening honderdentachtig graden gewijzigd.
Het is Camel!
Hè nee, blijf nou even serieus! Nee, ik bedoel dat McArthur dus helemaal geen jong van rijke ouden is en knoerthard heeft moeten knokken om sponsors te vinden voor haar projecten. Niets anders dan onuitputtelijke vasthoudendheid en een rotsvast geloof in eigen kunnen hebben haar gebracht tot waar ze nu is.
Ik wilde dan ook meteen bloed zien toen een Brits echtpaar McArthurs prestaties smalend afdeed met ‘dom geluk’. Ik zou nog vrede kunnen hebben met dit oordeel, indien de ongelukkigen haar boek niet gelezen hadden. Maar het tegendeel bleek waar. Ik heb mijn mes op zak gehouden omdat we een gemeenschappelijke vriend hebben, maar als er één ding is waardoor mij de kop op oranje vliegt, dan is het wel die verdomde Britse neerbuigendheid.
Toen dezelfde mensen op oudejaarsavond hooghartig de neus ophaalden voor alles wat hen door de plaatselijke bevolking werd voorgezet, wilde ik hullie op de barbecue gooien…
Men heeft me moeten tegenhouden.