Niet dat ik de regels van het spel niet geléérd heb, hoor…
Ik heb in mijn leven wel zoveel opleidingen en cursussen gevolgd, dat onvermijdelijk tijdens een seminar ook netwerken voorbijkwam. Ik kan me herinneren dat de dame op het podium met een stalen ponem adviseerde, dat men om te beginnen alle namen in het adresboek doorstrepe “van wie je met goed fatsoen zakelijk niets hoeft te verwachten!”
De bek viel me open. Ik speurde met vlammend oog om me heen naar medestanders die net zo verontwaardigd waren als ik. Maar… iedereen zat braaf gulden regel número uno neer te pennen.

Had ik trouwens váker in die periode; dat ik dacht van: Dit bestáát toch niet…
Want, waarover ik bijvoorbeeld wél een instrumentele opvatting had, was over geld. Míjn gulden regel in deze was, dat geld nooit en te nimmer een doel-op-zich kon zijn…
“Men moet in het leven dát doen wat men met plezier, met liefde of – zo mogelijk – met passie doet,” placht ik mijn omgeving voor te houden, “geld is natuurlijk een leuke (en welkome!) bijkomstigheid, maar kan an sich nooit het hoofddoel zijn…”

Op een gegeven moment kwam ik te werken voor een organisatie in het midden des lands. Terwijl ik met van ijver gloeiende konen de punt van mijn stompje potlood bevochtigde, informeerde ik bij mijn nieuwe baas, wat de hoofddoelstelling van zijn organisatie was…
“Geld verdienen”, antwoordde hij prompt.
Toen ik uitgelachen was, ontwaarde ik door mijn tranen heen dat ik in de spotlight stond van de bevreemde blik van het voltallige personeel, zo van: Die moet nog héél veel leren!

Hoe ouder ik word, des te meer ik dat oordeel onderschrijf…