Wat ik tot voor kort niet wist, is dat er voor het bestaan van Jezus Christus helemaal geen historisch bewijs bestaat; met andere woorden, geen enkele tijdgenoot van Jezus die hem gekend zou kunnen hebben, heeft ooit met één woord over hem gerept.
Naar goed Romeins gebruik had elke hoogwaardigheidsbekleder boekhouders in zijn gevolg die stipt de feiten van enig belang aantekenden; zo ook Pilatus. Maar, wat denk je? Over Jezus geen woord! Ook de hoofdschrijvers van Herodes hebben geen letter gewijd aan Jezus’ bestaan en lot.
Pas ruim veertig(!) jaar na zijn (beweerdelijke) dood is er iemand geweest die kennelijk gezegd heeft: Kom, laat ik eens wat op papier zetten!

En toen volgden er meer!
Men schijnt nu aantoonbaar bewezen te hebben dat het verhaal dat zogenaamd de geboorte, levenswandel, wonderdoenerij en dood van Jezus beschrijft, in werkelijkheid een allegaartje is van kleinere (vaak oudere) verhalen uit alle hoeken van de wereld.

Dus, eigenlijk net zoals in de Middeleeuwen een aantal verhalen over heroïsche daden (van uiteenlopende helden) achteraf letterlijk toegeschreven werden aan Karel de Grote (de Karelromans), zo is een heterogene groep verhalen uit alle windrichtingen, op een gegeven moment door Mattheus c.s. toegeschreven aan ene Jezus Christus. Het is net alsof enkele geletterde knapen in de eerste eeuw van onze jaartelling het plan opvatten om eendrachtig een Harry Potter avant la lettre te creëren, onder gebruikmaking van reeds bestaande (sterke) verhalen.
Een uit de hand gelopen studentengrap?
Zeg ‘t maar!