Toen ik onlangs schreef dat ik het contact met iemand verloren had, gooide ik het op gebrek aan overlap tussen onze (belevings)werelden in de afgelopen tien jaar. Naasten en verwanten die mij menen te kennen, zullen mij binnensmonds verbeterd hebben met: “Ja, daag… dat is gewoon zo gekomen omdat je een eenzelvige, asociale lul bent!”
Die mensen hebben natuurlijk groot gelijk!
Toch wil ik u een analyse van iemand die er een full-time bezigheid van gemaakt heeft om mijn gedrag te duiden, niet onthouden…

Toen zijn vader de handdoek in de ring gooide en leek te accepteren dat zijn oudste zoon nu eenmaal een langharig stuk tuig was, dat hoegenaamd niet wilde deugen, geleek mijn studieobject een tijdlang die motorrijder die bij ieder stoplicht omkukelt, omdat hij na jaren mét… voor ‘t eerst zónder zijspan rijdt.
Bij ontstentenis van een plan – daaraan was hij nooit toegekomen, moest hij op dat voor hem historische moment tot zijn leedwezen vaststellen – besloot hij daarom voor de verandering eens precies dát te doen waartegen hij zich altijd verzet had – go with the flow
Hij liet zich bij de kapper kortwieken, verruilde zijn spijkerbroek, waarin vanwege de vele scheuren altijd wel ergens een stuk lul uit een gat bungelde, c.q. “piepte”, voor een driedelig kostuum en toog aan het werk. Ook de vrouw die hij tussen de bedrijven door opduikelde, kon de goedkeuring van zijn vader wegdragen, omdat “zij hem achter de vodden zit”. Hij leek overigens zelf die benadering inmiddels volstrekt geïnternaliseerd te hebben – “ik moet op mijn sodemieter hebben!”

Toen hij leidinggevende was over het bedrijfsonderdeel, waar hij een jaar of tien eerder als jongste bediende zijn eerste wankele werkzame schreden gezet had, werd hij op een nacht badend in het zweet wakker. Hij had gedroomd dat hij via een soort “buizenpost” naar zijn bestemming geblazen werd, zónder enige vorm van welbevinden of waardering onderweg. Al badend in het zweet zijns aanschijns besloot hij terstond úit die “dwangbuis” te breken en nam hij zich voor nimmer meer ergens te blijven “plakken” waar hij zich niet volstrekt senang voelde. Bovendien had hij te langen leste het inzicht veroverd dat, als men het anderen altijd naar de zin wil maken, men slechts ontevredenheid – ja zelfs, minachting – oogst.
Zijn vrouw, die voelde dat ze haar greep verloor, vond iemand anders dien ze op z’n donder kon geven…
Dus, ja – om een lang verhaal kort te maken – hij is inderdaad een eenzelvige, asociale huf..

Ik onderbreek het betoog van deze zelfverklaarde expert hier even, omdat ik opeens – je ne sais pourquoi – vráágtekens heb bij het wetenschappelijke gehalte van diens onderzoek, en neem de draad van het verhaal even over…

Het overkomt ons volgens mij allemaal vroeger of later (in mijn geval, later), dat we ontdekken dat het leven niet geleefd wordt teneinde een bestemming te bereiken (die bestemming staat immers van meet af aan wel zo’n beetje vast), doch teneinde langs het pad dat naar die (voor iedereen gelijke) bestemming leidt, te verwijlen op die plekken waar we ons thuis en op ons gemak voelen met de mensen om ons heen…
Dat we zodoende inderhaast weleens “het kind met het badwater weggooien”, door de plekken waar zulks even níet het geval was zo snel mogelijk te willen vergeten, alsmede de mensen dien men daar wél een warm hart toedroeg, getuigt misschien niet van bijster veel zorgvuldigheid, edoch… errare humanum est.