’s Morgens vroeg ben ik ter hoogte van Thyborøn.
Langzaam begint in mijn hoofd het ideetje te wassen, om de noordelijke koers aan te houden, naar Noorwegen. Met dit briesje moet zelfs het beruchte Skagerrak een gebakken eitje zijn. Boven het Skagerrak vormt zich een donkere wolk die me doet denken aan een bekende scène uit de film Silence of the Lambs – de scène waarin Hannibal Lector (Anthony Hopkins) is ontsnapt uit een kooi en één van de twee bewakers in een potsierlijke houding heeft opgehangen aan diezelfde kooi. De wolk is het evenbeeld van die bewaker.
Ik negeer het voorteken en behoud mijn koers.

Intussen zit ik al wel bijna veertig uur op volle zee.
Niet dat ik omval van vermoeidheid of zo, maar ik denk dat het goed zou zijn om te slapen, ook al is het inmiddels volop dag geworden.
Als ik voorbij de Jammerbocht ben, wordt de zee wild en de wind ook. Voor me ontwikkelt zich een wolkformatie in de vorm van een voluptueuze zeemeermin die aan komt zwemmen.
Kort daarop ontwaar ik een kerel, die op haar rug gezeten is! Een kerel met twee hoorntjes! Zonder gekheid, twee hoorntjes, fraai getordeerd en even lang.
Een nieuw omen?
Dat bestáát toch niet! Zo kort achter elkaar twee zo boosaardig vormgegeven wolkformaties. Wat een toeval!
De wind neemt toe tot 5 Bft.
Ja, luister, ik kán nog de steven wenden en Thyborøn aanvaren!
Ik kan ook een rif steken…
Ik steek een rif.