Kijk, dáár word ik nou bloedlink van…

Wat gebeurt er? Zesentwintig (ik heb ze geteld) kassa’s in de supermarkt, waarvan er drie(!) in functie. Afijn, ik sluit achteraan in een rij.

Ik had nog gevraagd aan mijn vrouw: “Hebben we echt niets méér nodig?”, want een beetje lullig voelde ik me wel. Maar goed, we waren inderdaad gisteren net naar Spanje geweest voor boodschappen, dus… we hadden in feite alles in huis.
Toch stond ik een beetje voor schut, vond ik, achter drie tot de nok toe gevulde winkelwagens. Ik had niet eens de moeite genomen een mandje te pakken.

“Esta caixa vai fechar!” (Deze kassa gaat dicht!), roept de juffrouw achter de kassa opeens tegen me, zónder een spier te vertrekken.
Ja hoor, drie overvolle winkelwagens… dát gaat nog net, maar… die buitenlander die daar staat, met z’n verlepte komkommer… nee, dát trekt ze niet meer!
Ik duw een verbaasde winkelbediende, die juist op dat moment verveeld voorbij komt sloffen, mijn komkommer in haar handen, met de woorden: “Hier, steek díe maar in je… afijn, where the sun don’t shine!” en verlaat, nog naknetterend, het pand, mijn vrouw in mijn kielzog.

Mijn vrouw vindt dat ik overdreven reageer in zulke situaties.
Is dat zo?