Ik keek de tafel rond; alle aanwezige topmanagers hielden verbeten de tanden op elkaar…
Hoe kán dat nou, zal u zich afvragen, managers lullen toch zoveel – zeg maar gerust, TE veel!?
Inderdaad, mits ze zich superieur voelen ten opzichte van hun publiek. Zodra ze zich onder louter soortgenoten bevinden, worden ze onzeker.

Langzaam begon het me te dagen…
Verrek, ze zijn bang om áángevallen te worden! Niemand wil als eerste het woord nemen, want dat betekent dat ze hun dekking moeten laten zakken! Ze vrezen een mes in de rug!
Jezus, wat een angsthazen!

Ik had daar helemaal geen last van; ik was destijds voor de duvel en z’n mallemoer nog niet bang. Wie deed me wat?
Desnoods leg ik mijn lul op tafel, donderde mijn stem door de muisstille conferentiezaal. Hier, kijk dan…!
BWAMMMM!