Ja, dat was nog in de periode dat ik de wereld in mijn eentje wel aankon; ik had niemand nodig…
Wat nou, groepsdwang? Wat nou, tegen elkaar aanschurken en mekaar naar de mond praten?
Kom nou, zeg! Dat had deze jongen toch niet nodig!

Defensief ingestelde “zwakkelingen” beweerden dat respect en vertrouwen zaken waren die verdíend moesten worden…
Woo-haaaaaah, not in my book! Mijn respect en vertrouwen hád men, op vóórhand; men kon ze hooguit verspélen.
De cynici onder de zwakkelingen deden er nog een schepje bovenop; zij waarschuwden me ervoor, dat ik negen van de tien keer teleurgesteld zou worden…
Dat zij dan zo, riposteerde ik steevast, die negen teleurstellingen kan deze knul wel hebben, want… het gaat mij om die tíende; ik wil niet iemand met wántrouwen bezeren (want zo voelde ik dat toen; hoezo Flower Power, haha!) die zulks niet aan me verdiend heeft…
Hè?
Hoogmoed vóór de val, ja! Nou, die kwam dan ook…

Ach, weet je wat het is… de krachten begonnen af te nemen, hè, met het klimmen der jaren. Niet dat ik het zo verschrikkelijk lang volgehouden heb, hoor! Welnee! Het begon me al spoedig steeds zwaarder te vallen. Bovendien, met mijn lul op tafel (vgl. mijn vorige post) zag ik niet wat er zich ónder tafel afspeelde – laat staan, achter mijn rug.

Afijn, om een lang verhaal kort te maken, zélfs de cynici konden het op den duur niet langer aanzien en vonden dat “die lullo tegen zichzelf in bescherming” moest worden genomen…
Ik zit nu in het witness… ehhh, management protection programme; ze stopten me weg in dit reservaat hier, waarin destijds de Mohikanen nog zaten.

Dáár slijt ik nu mijn dagen, met stukgespeelde schenen, -tig messen in mijn rug en… lulloos.