“Uw apparaat kost drieduizend-en-zeshonderd pietermannen”, lispelt ze in mijn oor.
“Gaat u maar even voorover over uw bureau staan,” antwoord ik met betraande ogen en omfloerste stem, “dat is wat gemakkelijker, bij het rectaal inbrengen van het gratis apparaat!”

Een paar weken eerder was ze bij ons thuis geweest…
Onze buurman, die van kindsbeen af naar de Arabische bijnaam Zarak luistert, had haar welwillend tot onze voordeur gebracht en ging er in de huiskamer ongevraagd bij zitten toen ie in de gaten gekregen had waarvoor ze kwam: “Dan kan u in één moeite door míjn gehoor misschien ook even testen!”
Mooi of niet… is er een vrouwspersoon in het spel, dan is Zarak van de partij. Gezellie!

Met veel fanfare werd onze salontafel volgestald met allerlei indrukwekkende testapparatuur. Valquíria – want zo heette ze – trok vervolgens met een gewichtig gezicht een witte jas aan, wierp een snelle blik in ons beider oren, trok de witte jas weer uit en begon de uitgestalde parafernalia ongebruikt weer op te ruimen.
Zarak en ik wierpen elkaar een blik van verstandhouding toe: Jezus, wat een kouwe drukte, om niks!
“Ja,” verklaarde Valquíria bijna verwijtend, “zo kan ik niet werken, hoor! Jelui oren zitten vol met cera (= was)! Dat moet er echt eerst uit!”

De gemiddelde klant laat zich misschien door zo’n oorwassing… ehh, uitbrander terneerslaan, maar, alsof het afgesproken werk was, barstten Zarak en ik in koor los: Buona cera, signorina, buona cera, it is time to say goodnight to Napoli….!
Valquíria kon er niet om lachen.