Gisteren was de grote dag…
Wij spoedden ons in Zaraks auto – want de mijne is een beetje(!) stuk – richting het 80 kilometer verderop gelegen Beja, waar Valquíria kantoorhoudt…
Nadat ik haar dus gewezen had, waar ze mijn gratis(!) apparaat (ad €3.600) wat mij betrof kon inbrengen, verliet ik op hoge poten het pand.

Bijna een uur later laat Zarak zich met een tevreden grijns op de bestuurdersplaats neer. Glunderend toont hij me een ondertekend(!) bestelformulier. Ik lees het terzake doende deel eerst: Vierduizend-en-zeshonderd euro!?
“Dat heb je toch niet gedaan, hè”, kijk ik hem schuins aan, “had je dat niet eerst even met je vrouw willen overleggen?”
Het was nu of nooit, blijkt Valquíria hem onder druk gezet te hebben. Maar… het goede nieuws is, hij mag het in termijnen betalen, zónder bijkomende kosten… Hij heeft al een aanbetaling gedaan ook.
Ik besluit dat het omwille van de goede sfeer wellicht beter is, het zwijgen ertoe te doen.

Na een lange stilte oppert Zarak opeens, in die zo karakteristiek Alentejaanse, zangerige tongval: A cera saiu um pouco caro, não é!?
De portierraampjes zakken van de weeromstuit een beetje open onder druk van mijn bulderende lach. En, met korte tussenpozen blijft dat zo gaan, de rest van de thuisrit. Het is niet echt goed te vertalen, maar zijn woorden komen neer op: De oorsmeer viel wel wat duur uit, hè!?
Hahahaha!

Vanmorgen staat Zarak al vroeg bij me voor de deur. Of ik ‘m even wil helpen de transactie weer ongedaan te maken. Hij ziet er erg ongelukkig uit in vergelijking met gisteren…
Het is dát, zegt hij met trieste oogopslag, of je mag me straks helpen bij het invullen van de echtscheidingspapieren