Het wordt tijd dat je naar huis gaat, mam! Je zult vroeg of laat toch écht moeten leren alleen te zijn…
Linda was sprakeloos. Had ze dat goed verstaan?

Haar echtgenoot was twee dagen geleden ten grave gedragen. Ze had bij hun dochter kunnen blijven logeren “zolang als je maar wilt, mam”; “tot je weer enigszins tot jezelf gekomen bent, mam!”
Toegegeven, het aanbod was nogal uit de lucht komen vallen, zo ongeveer als het overlijden van haar man zelf; haar dochter had zich namelijk immer een aardje naar haar vaartje betoond, in zichzelf gekeerd en ogenschijnlijk onverschillig – op het emotieloze af. Niettemin was ze gretig op het voorstel ingegaan; alleenzijn was wel het láátste wat Linda op dit moment wilde. Nooit had ze er ook maar één moment bij stilgestaan dat dit háár overkomen zou; dat er een dag zou aanbreken waarop ze moederziel alleen overbleef.

Linda draaide zich, toen het ten volle tot haar doorgedrongen was dat ze haar dochter inderdaad goed verstaan had, zonder iets te antwoorden om en liep rechtstreeks door naar haar kamer. Tegen haar tranen vechtend propte ze met woeste gebaren haar kleren in het kleine koffertje.

Zal ik je naar de bushalte brengen, vroeg haar dochter, toen Linda een tel besluiteloos in de grote hal bleef staan. Het gebrek aan stembuiging in de vraag verried haar tegenzin.
Dat was Lurdes… zó kende ze haar dochter weer.
Doe geen moeite, kind, ik red me wel, trachtte ze zo luchtig mogelijk te klinken.
Lurdes hield de voordeur open en stak haar moeder een kil wangetje toe. Nog vóór Linda de trap bereikt had, viel de zware huisdeur achter haar met een dreun, waarvan ze terstond wist dat ze de echo ervan de rest van haar dagen zou blijven horen en – vooral – voelen, terug in het slot…