Wat mij eigenlijk nog meer verbaast, is dat er – na alles wat ie vooraf aan zijn verkiezing geroepen heeft – nog altijd mensen zijn die blijven geloven in Trumps goede bedoelingen. Dat zijn vermoedelijk díe mensen die terugverlangen naar de tijd dat de wereld nog overzichtelijk in elkaar stak, goed was goed en slecht was slecht. En mocht men aan dat zwart-witte wereldbeeld willen tornen, dan stelde pappie’s harde hand wel orde op zaken.
Ik ben natuurlijk geen psycholoog, maar ik vermoed, dat er enkelen onder ons zijn die pappie’s wereldbeeld nogal geïnternaliseerd hebben en het weigeren los te laten. Vraagtekens zetten zou immers gelijk staan met diens waarden en normen met terugwerkende kracht afwijzen en dát – op zijn beurt – zou neerkomen op onszélf afwijzen. Toegeven dat je te klein en niet sterk genoeg was om tegenspel te bieden, is omwille van ons zelfbeeld immers minder aanlokkelijk, dan domweg volhouden dat pappie het helemaal goed zag. Paplepelnostalgie noem ik dat – een tegen beter weten in vasthouden aan pappie’s witte hand (en aan zijn Zwarte Piet).
Het vormt de bron van volkswijsheden als “van een pak slaag is nog nooit iemand minder geworden”. Trump zou eraan toevoegen: “because, look, how wonderfully I’ve turned out!”
Hè?
Trump, ja! Want ik vermoed dat Trump himself nogal geleden heeft onder pappie’s harde hand…
Dat zou volgens mij een hoop verklaren.