Ik kreeg een koud wangetje toegestoken, zo ongeveer als Helga dat toegestoken placht te krijgen van Herr Flick in de comedy-serie ‘Allo ‘Allo, alleen omdat ik haar een goede reis gewenst had kennelijk, nadat ik haar reisbagage uit het laadruim van onze Volf bevrijd had.

Ze had de hele weg naar het vliegveld achterin gezeten zonder een woord te spreken. Heel normaal voor haar doen en ik kon daar dus ook niet echt mee zitten, ware het niet dat haar moeder geneigd is honderd-uit te kletsen door de spanning die dat zwijgen van dochterlief oproept en die ze met haar woordenstroom – tegen beter weten in, zou men zo zoetjesaan denken – probeert te breken. Want, zelfs ik raak op den duur een beetje geprikkeld wanneer ik voor de zoveelste keer het antwoord op een kennelijk gestelde vraag schuldig gebleven ben.

“Raak me niet aan!” had ze haar moeder ‘s ochtends toegebeten, toen die belangstellend geïnformeerd had of dochterlief goed geslapen had terwijl ze liefdevol een hand op haar arm legde. “Precíes haar vader,” verzuchtte ze moedeloos toen ze me op de terugweg naar huis kond deed van het matineuze incident, “ook zo’n kruidje-roer-me-niet!”
Echter, mijn goede stemming was niet meer kapot te krijgen. Ik kon alleen maar opgeruimd ademhalen terwijl ik mezelf plechtig beloofde met volle teugen te genieten van de komende vijftien dochterloze etmalen. U zal mij dat misschien kwalijk nemen wanneer ik dat zo voor de vuist weg stel, maar volgens mij is hooghartig zwijgen één van de ergste vormen van huiselijk geweld.
Het navrante in ons geval is, dat “onze” dochter dat niet eens met opzet doet; ze is gewoon chagrijnig van nature! Zelfs al zouden al haar hartewensen uitkomen, dan nog zou ze – na een korte opleving misschien – na verloop van tijd automatisch teruggrijpen naar haar oude, vertrouwde scheve pet. Sneu voor haar, maar… slopend voor haar omgeving.

Ze had zich, gewapend met schoudertas en rolkoffer, van ons afgewend teneinde koers te zetten naar de vertrekhal. Pas toen haar moeder luidkeels protesteerde, had ze ook die nog vluchtig een strak Herr Flick-wangetje toegestoken: “You may kiss me!”
Mijn vrouw had haar dochter hoofdschuddend nagekeken, terwijl die zónder nog eenmaal om te kijken – laat staan, even ten afscheid te zwaaien – het plein overgestoken en in de vertrekhal verdwenen was.
“Ja, precies haar vader!”