Vandaag wordt een ouwe vriendin, tevens voormalige chef van me, ten grave gedragen. Zij was voor mij altijd het toonbeeld van iemand die in het leven immer de juiste keuzes maakt. Ze leek dan ook volmaakt lekker in haar vel te zitten – in haar element, als een vis in het water.
Ik was meer een kip in het water. Naast haar moet ik welhaast overgekomen zijn als een gemankeerde Pinkeltje in Grote mensen-land of als Roodkapje, verdwaald in het Grote Bos. Toen ik aan de rand van dat Grote – voor mij Boze – Bos verzeilde, zette ik ‘t, toen ik het licht zag, zónder nog op of om te kijken op een lopen.

Sindsdien ben ik het contact met haar verloren; onze werelden raakten elkaar alleen aan die bosrand, waarvan ik mij voortaan verre placht te houden. Niettemin denk ik met louter warme gevoelens aan haar terug. Van haar heb ik geleerd dat, als men voortdurend het doel in het oog houdt, het onderscheiden van hoofd- en bijzaken en het maken van de juiste keuzes een peuleschil is. Dat er ook Roodkapjes bestaan die zich niet aan die leer lijken te willen houden en in een oogwenk afgeleid zijn, is vanzelf een ongelukkige speling der natuur.
Ik bedoel overigens níet hiermee een beeld neer te zetten van een streng iemand met een ijzeren discipline; ze hield van mensen en van gezelligheid, ze hield van dieren en van tuinieren! En – last but not least – “je kon verschrikkelijk met haar lachen”, zoals een oud-collega het een paar dagen geleden uitdrukte.

Je zal voor altijd blijven(!) voortleven op een riante plek in mijn hart – en in dat van velen. Nu slaap je… als een os.
Rust zacht!