Een paar dagen geleden had ik ‘t in de post “‘s Lands wijs…” over de uitgesproken wrede manier waarop de gemiddelde Iberiër met dieren omgaat. Dat heeft volgens sommigen te maken met Moorse overblijfselen (de Arabieren zijn pas in de 13de eeuw van het schiereiland verdreven), maar volgens anderen (eigenlijk lijnrecht daartegenover) met de christelijke – i.c. katholieke – traditie, waarin de mens centraal staat als “De Parel in de Kroon der Schepping” en waarin het zielloze(!) dier ondergeschikt is aan hem.

Men kan het met die laatste zienswijze eens zijn of niet, feit is – en daar wou ik het nu even over hebben – dat men er in de puur Westerse cultuur ook wat van kan. Zo zagen Seligman en Maier er vijftig jaar geleden überhaupt geen been in om honden systematisch aan elektrische schokken bloot te stellen. Jawel! Weliswaar in het kader van wetenschappelijk onderzoek, maar toch!

Overigens waren de uitkomsten van hun dierproeven interessant genoeg…
Ze verdeelden de honden in twee groepen, waarbij de ene groep wel in staat was de elektrische schokken actief (d.i. door met de snuit een palletje om te zetten) te beëindigen, en de andere groep niet. De laatstgenoemde groep, niet wetende dat hun “collega’s” uit de andere groep de schokken door actief ingrijpen (ook voor hén!) beëindigden, kreeg zodoende (of liever, níetsdoende) de indruk dat de elektrische schokken een force majeure waren waarbij men zich slechts als geslagen hond kon neerleggen: “Het gaat vanzelf over, joh!”
Na afloop van die eerste proef herstelden de honden uit de eerste groep spoedig van de nare ervaring; zij dartelden alras weer rond alsof er niets gebeurd was. De “slachtoffers” uit de andere groep herstelden daarentegen niet; zij bleven even passief en depressief als zij tíjdens de proef waren, en leidden zo op ‘t oog een… ehh, honds bestaan. Ongelooflijk, maar waar!

Bij een tweede proef waarbij aan béide groepen de mogelijkheid geboden werd om door actief ingrijpen de elektrische schokken te beëindigen, hadden de honden uit de eerste groep in een poep en een scheet in de kieren hoe dat moest. Echter, de honden in de “depressieve” groep zóchten niet eens naar die mogelijkheid; hun passiviteit scheen door hun eerdere ervaringen zozeer deel van henzelf geworden, dat ze de elektrische schokken opnieuw als een typisch gevalletje van “Jammer dan!” over zich heen lieten komen: “Het is gewoon een hondenbaan, joh, en… dat is ‘t!” Ze kropen meteen in de slachtofferrol.
Ziehier, aangeleerde hulpeloosheid!

Het zal u vermoedelijk niet verbazen dat later onderzoek aantoonde dat mensen “ceteris paribus” precies zo reageren. Hoewel, ceteris paribus? De omstandigheden waren niet helemáál gelijk; aan dát onderzoek kwam namelijk geen enkele elektrische schok te pas. Haha! De mens is lief voor zichzelf, ziet u!?

De vraag die intussen bij mij rijst (maar dat zal aan mijn woonplaats liggen) is, in hoeverre “aangeleerde hulpeloosheid” een rol speelt in de ziel van een volk dat van kindsbeen af voorgehouden is, dat alle leed is voorbestemd: Tudo isto existe, tudo isto é triste, tudo isto é… fado!
Zou het kunnen dat de echo van de woorden van de profeet Mohammed (“Het heeft geen enkele zin uw lot na te jagen; uw lot jaagt ú wel na!”) nog altijd, na ruim zevenhonderd(!) jaar nog, nagalmt in de Portugese ziel?

Sokssawat, Trycke?