Mijn Lh-waarde (vgl. mijn post van 3 februari jl. “Met losse handen”) blijkt binnen de referentiewaarden te vallen van een lid van het mannelijke geslacht in de pre-puberale fase
Toeval?
Laat nou namelijk één van mijn stokpaardjes zijn dat ik een klein, bang jongetje ben in het lichaam van een stoere, volwassen kerel!

“Klein, bang meisje” komt éérder, denk ik weleens, als ik constateer met welk een pathologisch gemak ik ‘s avonds ná het t.v.-journaal naar de tranentrekkende feel good-programma’s op het vrouwenkanaal Sic Mulher zap.
Toen gisteren in een Brits talentenjachtprogramma een timide, Romeinse jongen opeens zijn gouden strotje opentrok en feilloos een nummer van Otis Redding ten beste gaf, trok dat bij mij subiet de sluisdeuren open; tranen biggelden over mijn wangen en mijn schorre schaterlach schalde langs schroot en schilderij…
Hè?
Lachen, ja!
Ja, weet ik ook niet! Om tegenover mijn vrouw te verhullen, vermoed ik, dat er eigenlijk een jankwijf naast haar op de bank zit. Om te vermijden dat ze straks nog onder mijn rokje gluurt, bedoel ik.

Hoewel…
Nu ik erover nadenk, kan ik me opeens heel goed voorstellen dat mijn beide broers precies zo reageren als ik – op topprestaties uit onverwachte hoek, bedoel ik.
Dus, bij nader inzien heeft zo’n reactie misschien toch meer met genetische dispositie te maken, dan met schommelingen in de hormoonspiegel…