Als de overheid het volk behandelt als stemvee, bestaat er een goede kans dat het zich als zodanig gaat gedragen.

Dit is mijn contemporaine variant op de aloude theorie van McGregor. McGregor die al in 1960 postuleerde dat de wijze waarop men mensen tegemoettreedt een soort selffulfilling prophecy is.
Met andere woorden, is men ervan overtuigd dat mensen van kwade wil zijn, geen eigen verantwoordelijkheid kunnen dragen en precies voorgekauwd moeten krijgen wat ze wel of niet mogen doen, dan zal men in de praktijk een keur aan argumenten tegenkomen die deze overtuiging staven.
Gelukkig, zo stelde McGregor, is een en ander omkeerbaar! Met andere woorden, behandelt men anderen als gewetens- en waardevolle individuen, dan zal men zien dat die mensen hun stinkende best doen het in hen gestelde vertrouwen niet te beschamen – natuurlijk, uitzonderingen daargelaten.

En in die uitzonderingen zit ‘m de valkuil. Want die uitzonderingen vormen voor de aanhangers van de negatieve benaderingswijze het argument om de teugels nóg strakker aan te halen.
“En dat kan verregaande consequenties hebben,” zo stelde Jan Terlouw in zijn veelbesproken optreden onlangs, “zie Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waar mensen zich al decennialang gewantrouwd en betutteld voelen door de overheid (alsmede door de elite die achter de schermen aan de touwtjes trekt)!”

Gek genoeg, valt bijna iedereen nu over het touwtje dat Jan uit de bríevenbus liet hangen. Daar gíng het dus niet om, het sleutelwoord was “vertrouwen”. Hij zei: “Alles van bovenaf dichtregelen werkt niet. Zoek ’t (weer) meer in overleg en participatie!”
Bijvoorbeeld, douwt men een kleine gemeenschap top-down een groot opvangcentrum voor vluchtelingen door de strot, dan is dat vragen om moeilijkheden. Vraag je daarentegen aan elke dorpsgemeenschap, elke deelgemeente en elke stadswijk om één(!) gezin op te vangen, dan staan hoogstwaarschijnlijk de mensen die nu te hoop lopen tegen een groot opvangcentrum in hun wijk, gemeente of dorp, vóóraan om de helpende hand te bieden, met woonruimte, dekens, mondvoorraad enzovoorts.

Dát was volgens mij zijn boodschap, ’t te proberen met overleg en participatie! Dán win je misschien(!) ’t vertrouwen terug.