Volgende week gaan mijn vrouw en ik weer een paar maanden house-sitten aan de andere kant van Portugal, aan de westkust…
Dat deden we vorig jaar ook. Toen had ik ook weer een akkefietje waarover ik op dit Volvo850forum een verslag schreef, dat bij het zetten van de laatste punt voorgoed van het scherm verdween. Het zal nu ter hoogte van Pluto zijn, vermoed ik.
Afijn, een nieuwe poging…

Die vrienden, op wier huis en levende have wij passen in de zomermaanden wijl zij zelf ergens boven de poolcirkel vis aan de haak slaan, hebben dan misschien fish fingers, maar beslist geen groene vingers. En dat is een understatement!
Nu heb ik zelf ook niet echt tuinaanleg, maar mijn vrouw heeft dat wel. Dus die stond, toen de achterkant van de sleurhut van de vakantiegangers nog niet eens uit het zicht verdwenen was, al onkruid te trekken – en wel, met de blote hand…

Nu had deze schalkie-schalkie een… ehhh… ja, hoe heet zo’n ding?… een kantjesstripper(?) in het hok zien staan. Je ziet gemaskerde wegwerkers wel eens met die dingen in de weer in bermen die moeilijk toegankelijk zijn voor rijdend maaimaterieel.
Die maskers zijn overigens niet bedoeld om je tegen jezelf te beschermen, maar tegen je collega’s. Ik stond op het punt dat laatste proefondervindelijk vast te stellen. Ik verdween schaars gekleed in zwembroek en teenslippers in het hok, om er een stief kwartiertje later gutsend van het zweet, doch tot de tanden gewapend, geharnast en gehelmd weer uit te komen.

“Doe nou maar niet, lieverd”, probeerde mijn vrouw nog ongelukken te voorkomen, toen de motor van het gevaarte na een half uur choken, trekken en zweetvegen nog steeds niet leek te willen snappen wat nou eigenlijk mijn bedoeling was. “Dit is gloeiendegloeiende geen kantjesstripper! Dit is een kantjesERAFLOPER!”
“Het is trouwens ook veel beter om het onkruid met wortel en tak uit de grond te trekken”, trachtte mijn eega – inmiddels redelijk wanhopig, maar natuurlijk – tevergeefs mijn testosteron terug beneden NAP te krijgen. Ik wierp een woedende blik in de richting van waar ik haar stem gehoord had, want inmiddels was mijn gezichtsbeschermende masker aan de binnenkant zodanig beslagen dat ik straks nog moest gaan oppassen, niet pardoes in volle wapenrusting het zwembad in te kuieren.

Zoals verwacht, wierpen mijn gevloek en geketter uiteindelijk toch hun vruchten af. Het duurt vaak even, maar dan heb je ook wat…
Ik hief mijn apparaat en, luide gassend om mijn woorden kracht bij te zetten, gromde ik: “Niks trekken! I’m a MAN, baby!” Met een tevreden glimlach rond mijn regelmatige trekken liet ik het hongerige moordwapen beheerst neerdalen temidden van het nietsvermoedende, welig tierende onkruid en hoorde meteen ter linkerzijde een dof… PLOK!
Ik zette de stripper in de vrijloop, deed de gezichtskap van mijn helm omhoog, koekeloerde onnozel over mijn linkerschouder en zag nog net hoe tergend langzaam de linkerachterruit van onze Volf in drie miljoen stukjes uit de sponning gruzelde…..
Gòòòòdverdegòòdver!!!

Fris gedoucht zat ik tien minuten later met mijn mobiel aan het oor op het terras, een koud biertje binnen handbereik…
“Steen door de ruit!”, zei ik droogjes. Het leek mij aangewezen om aan het gebeurde niet meer woorden vuil te maken dan strikt noodzakelijk, zoals u overigens van mij gewend bent.
“Kan gebeuren!” antwoordde mijn verzekeringsagent. “Ik zal kijken welke glasservice er bij u in de buurt zit. Blijf aan het toestel, alstublieft!”