Mijn vrouw wilde stront…
Kijk, en dan is deze jongen heel meegaand, hè: Als mijn vrouw stront wil, dan kan ze dat kríjgen, ja!
Ik klom meteen in de telefoon en we konden de volgende morgen al terecht. Dochterlief wilde mee…

Nou is mijn stiefdochter, indien ik uw schriftelijk ingediende reacties goed begrepen heb, “een heel normale, doorsnee dochter”. Ze heeft één eigenaardigheid, ze is dol op dieren. Dus erg verbaasd kon ik niet zijn, toen ze de volgende morgen op de valreep op de achterbank sprong, ofschoon het pas een uur of tien was – met andere woorden, middernacht voor haar.
Ze heeft natuurlijk geen weerstand kunnen bieden aan mijn geanimeerde verhalen over een ranch met honderden dieren, stelde ik – bijna vertederd – bij mezelf vast. Dus, áls ik me al ergens over verbaasde, dan was het over het feit dat die verhalen überhaupt tot haar doorgedrongen waren. Normaliter geeft ze namelijk blijk van die volstrekte desinteresse die zo kenmerkend is voor pubers van middelbare leeftijd…
Ze kan bijvoorbeeld urenlang naar mijn (eigen)wijze lessen zitten luisteren, om dan opeens met haar ogen te knipperen alsof het eerst dán tot haar doordringt dat er nog iemand anders in het vertrek aanwezig is, en te geeuwen: Ehh… sorry, had je ’t tegen mij?

En ik…? Ik trap er steeds weer in…
Zo viel ik ook die dag weer bijna van de bestuurdersstoel toen ze in een stadje dat we passeerden, te kennen gaf: Laat mij er hier maar uit! En pik me op de terugweg weer op, ja!
Plotseling drong het tot me door: Dochterlief was alleen voor deze ene keer “vroeg” opgestaan omdat ze doodsbang was dat haar moeder en ik zouden vergeten een blik shag voor haar mee terug te brengen.
Wat krijgen we nou, riep ik gepikeerd in de binnenspiegel, ik meende dat jij zo dol was op díeren!?
Welke díeren, werd mijn retorische vraag vanaf de achterbank beantwoord met een stomverbaasde wedervraag.

Ik besloot voor de verandering me eens níet in die bodemloze put van onnozelheid te laten trekken, en gaf – in plaats van antwoord – getergd gas…
Voor de rest van de rit hadden we een bak 1e kwaliteit zwijgstront op de achterbank. Maar helaas is dat geen stront waarbij de rozentuin van mijn vrouw gebaat is, anders had ik meteen rechtsomkeert kunnen maken.
Als om mijn dag helemáál goed te maken, begon het zachtjes te regenen.

We werden – als altijd – met open armen ontvangen. Fantastische mensen! Staan altijd voor je klaar als je stront wilt. Kóm daar maar eens om, vandaag de dag!

Ná de koffie trokken we dan ook gekapt en gelaarsd het weiland in…
Het ezeltje dat nieuwsgierig naar het hoe en waarom van alle consternatie kwam informeren, stelde ik gerust met de woorden: Maak u niet te sappel, mevrouwtje, we komen alleen even de toiletgroepen inspecteren!

Toen ik de rug strekte om het zweet uit mijn ogen te wissen…
Zag ik ’t goed?
Stond nu warempel de boerín de stront bijeen te harken? Waar is onze dochter?
En, ja hoor, dochterlief stond het ezeltje te aaien.
Zeg, zoek jij stront of zo?
Ze keek verschrikt op.
Ehh… nee!
Dan zou ik daar maar eens héél gauw mee beginnen, snauwde ik kortaf.

Weet u trouwens – even tussendoor – hoeveel een zak paardenstront weegt, als het net geregend heeft?
Ongeveer zes weken breukband!

Afijn, ik zat met zes zakken paardenstront en een zak zwijgstront in de laadbak van de pick-up, toen ze opeens aus dem Blauen hinaus, terwijl ze een paardenkeutel uit heur haar peuterde, de volgende gevleugelde woorden mompelde: Niet verkeerd!

Nee maar, warempel een spontane uiting! En – met enige goede wil – nog positief te noemen ook! Ongekend!! Had ik het wel goed verstáán, boven het lawaai van de motor uit?
Niet verkeerd, vroeg ik daarom voorzichtig; men wil zo’n teer kasplantje ten slotte niet meteen dooddrukken.
Ja, weidde ze met onfrisse tegenzin uit, ik zou hier meteen wel willen blijven!
Ik geloofde mijn oren niet! Zag ik hier voor mijn ogen het eerste greintje geestdrift zijn kop boven het maaiveld uitsteken?
Dus nadat ik onze Volf tot strontkar gedegradeerd had, besloot ik wat zaadjes te strooien in het vruchtbare brein van de boer: Tja, is onze dochter, ja! Werkloos en zo! Vindt het hier prachtig! Zou hier meteen wel willen blijven, zegt ze! Toevallig geen karweitjes liggen! Haha!
De man keek me boerenslim aan en vroeg achterdochtig, alsof ik haar souteneur was: Kost dat?
Ja, pas op, hè; d ie hardwerkende lieden zitten zomaar op hun praatstoel!
Ehhh… in eerste instantie niks, antwoordde ik als geslepen Hollandse slavenhandelaar, laat ‘r eerst maar ’s tonen wat ze waard is.

Toen die mensen een paar weken later bij ons kwamen eten, maakte mijn hart een klein sprongetje toen ze halverwege het diner opperden dat ze voor een paar dagen per week wel werk voor onze dochter hadden, maar… “dat hoefde niet voor niks”… dát wilden ze niet.
In het gesprek dat zich vervolgens ontknoopte, gaf onze dochter enkele antwoorden die mijn tenen deden krommen, zodat het me opeens maar beter toescheen, me niet met de zaak te bemoeien en mijn aandacht op de overige genodigden te richten.

Toen de gasten vertrokken waren, zei ik bot (toegegeven, een cognacje te veel in mijn melis): Kijk, dat iemand met twintig jaar kantoorervaring nog nooit met een spreadsheetprogramma gewerkt heeft, vind ik al onbegrijpelijk, maar nog onbegrijpelijker vind ik ’t dat je dat desgevraagd van de daken schreeuwt! Alsof je bang was dat ze je zouden vragen om het op staande voet te gan lopen bewijzen!! Een beetje slimme meid antwoordt op zo’n moment toch: “Dat komt helemaal goed, lieve mensen, maakt u vooral geen zorgen!” en staat de volgende morgen om zes uur op om zich de beginselen van zo’n programma hoe dan ook éigen te maken?
Of zie ik dat weer eens helemaal verkeerd?
Ik ga niet zeggen dat ik iets kan, als ik iets niet kan! O zo!
Ach ja, dat was me eventjes ontschoten: Mevrouw Oblomov heeft altijd gelijk.
Dus besloot ik het over een andere boeg te gooien…
Afijn, wanneer kun je beginnen? Ik breng je wel met onze auto!
Ehh… we hebben niks afgesproken. Ze zouden nog bellen!

We zijn nu veertien dagen verder…
Nee, natuurlijk hebben ze niet gebeld. En onze dochter verdomt ’t om contact op te nemen, want… die mensen hebben haar weliswaar werk aangeboden, maar… ze hebben haar nog niet op hun knieën gesmeekt.
Begrijpt u wel?

Nog even… en deze jongen gaat met poep gooien!