Mijn zus was mijn eerste en enige fan…
Hè?
Ja, ‘t is ongelijk verdeeld in de wereld!
Maar, ter zake…
Toen ze acht jaar oud was, betrok ze samen met haar klasgenootjes een fonkelnieuw schoolgebouw, waarvan de wanden smeekten om aankleding…
Oh, mijn broer kan heel goed schilderen, riep mijn zus langs haar eigenwijze neus weg.
Aan overtuigingskracht heeft ‘t haar nimmer ontbroken; dus werd ik per omgaande bij het van daadkracht glunderende – want, eveneens fonkelnieuwe – schoolhoofd ontboden.
De man negeerde aanvankelijk mijn aanwezigheid en keek enigszins geërgerd over mijn hoofd naar de deur, alsof hij iemand verwachtte die te laat was. Achteraf denk ik, dat hij zich bij mijn zus’ woorden “mijn broer” een opgeschoten lummel had voorgesteld, halfzwaar sjekkie in de mondhoek en het haar – we schrijven begin jaren zestig! – tot over de oren; en niet het knipogende, crew-cut ventje dat voor hem stond, dier drie jaar jongere(!) broertje.

Om een lang verhaal kort te maken…
Middenin de belendende kleuterschool waar ik destijds college liep, werden op mijn aanwijzing vier tafels aaneengeschoven en, terwijl de omstaande hangjongeren in speel- en zithoek de tijd doodden met blokken- en kijkdoos, kliederde deze knul met een kunstzinnige rimpel in het gepijnigde voorhoofd het ene paneel na het andere vol…

Heeft mijn broer gemaakt, liet mijn zus welwillend weten wanneer ze in de aula iemand betrapte die bedachtzaam was blijven stilstaan voor bijvoorbeeld Mrs. Flintstone – voor intimi Wilma, die voor één van mijn “kunstwerken” had modelgestaan.
Hij moet naar de kunstacademie, meldde ze mijn ouders aan de etenstafel met een terloops knikje naar mij, onze hoofdmeester heeft ‘t zelf gezegd!

Kijk, en daar was ik tóen al allergisch voor, dat men buiten mij om ging lopen bepalen wat ik moest doen. Daar houd ik niet van.
Bovendien had ik tegen die tijd al helder op het netvlies, dat élke keuze meteen tal van andere, mogelijk aantrekkelijkere opties uitsloot. Ruim een halve eeuw heb ik geen kwast meer aangeraakt…

Tót twee maanden terug, toen ik ‘t opeens nodig vond een overleden vriend te vereeuwigen. Sedertdien klieder ik wederom het ene paneel na het andere vol…