Gedurende de Middeleeuwen maakte de islam een periode van ongekende bloei door. Talloze christelijke en joodse geleerden trokken naar de culturele centra, onder meer hier in Andalusië, teneinde daarvan een graantje mee te pikken.
Al wat er vandaag de dag nog lijkt te bloeien, is de volstrekte achterlijkheid – wat een treurigheid vergeleken bij die bloeitijd! Als ooit de bewering “geloof = verstand op nul” opgeld deed, dan is het nu wel.

In den beginne zette het christendom ook zijn beste beentje voor…
Ik geloof echt wel dat het van oorsprong een barmhartige godsdienst was. Ik geloof best dat de eerste christenen zich, tegen de heersende mode in, ontfermden over de “verworpenen der aarde” – de vervolgden, de zieken, de dolenden. Doch, via “Ben ik mijn broeders hoeder?” en “Moet ik godverdomme van mijn zuurverdiende centjes aan de minderbedeelden geven, terwijl die rijke stinkerd zich van god noch gebod wat aantrekt!?” is het hele systeem in de loop der eeuwen niet alleen verzuurd, het heeft zich honderdentachtig graden van het leed afgewend; het aanvankelijke mededogen met de underdog is langzaam maar zeker verworden tot bittere afgunst jegens de topdog.

Dat dit werkelijk zo is, ziet men dagelijks via de nieuwe media…
Is men namelijk een beetje een atavistische christen – eentje die alle geneuzel over altruïsme en erbarmen per ongeluk serieus genomen heeft en tevens zo onnozel is, om het geleerde in praktijk te brengen… and be caught in the act – dan is men meteen uitzonderlijk en geheid een gewéldige hit op Youtube, if caught on camara; dat is, als men tenminste niet metéén voorgedragen wordt voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Echter, voor de normale moderne christen geldt gewoon: Wee je gebeente als je uit de pas durft te lopen, en wee je gebeente als je de kop boven het maaiveld uitsteekt! De terreur van de middelmaat, het kleinburgerlijke Doe-maar-gewoon!, de verlammende werking van de geestelijke stilstand, de discipline van de grootste gemene deler zijn schier ónontkoombaar.

De meeste, bovengemiddeld sterke burgers hadden al spoedig in het snotje hoe het spelletje gespeeld diende te worden, en zaten door de eeuwen heen ’s zondags met gekamde haartjes in de kerk – vóóraan, opdat iedereen het zag. Ja, brááf! Dan konden ze tenminste de rest van de week hun… ehh, goddelijke gang gaan.
Zelfs nu nog, als men het zogenaamd “machtigste ambt op aarde” begeert, kan men zijn ambities rustig op zijn buik schrijven, als men het volk niet vooraf bezweert een fatsoenlijk christen te zijn, namelijk eentje die – zo niet wekelijks, dan toch geregeld – ter kerke gaat, daar vooraan zit en dagelijks bidt. Echt wel!. En als men per ongeluk de uitstraling heeft van een gewetenloze leugenaar die bovendien zwaar aan de drank is, dan legt men het er eventjes wat dikker bovenop: I’m a Born-Again Christian, folks!

Nee, als men niet (financieel) sterk is, maar… wel slim, dan streve men naar het ambt dat door de eeuwen heen een door de middenmoot gesanctioneerde vrijplaats is geweest voor schuinsmarcheerders en machtsmisbruik – die van intermediair tussen volk en God…
De priester – een variatie op het thema sjamaan – is namelijk boven iedere twijfel verheven en komt derhalve met álles weg, zo heeft de geschiedenis geleerd. Bovendien heeft hij het onbetwiste alleenrecht om te bepalen welke gevolgen alle natuurlijke handelingen gaan hebben in het bovennatuurlijke hiernamaals. Dus ook elke handeling (tot zelfs elke gedachte) tegen hem gericht gaat men – laat dáárover geen misverstand bestaan! – te zijner tijd bezuren…

Hahaha! Wie bedénkt zoiets?
Hè?
Nee, Endemol bestond toen nog niet.

En het joodse geloof…
Ach, dat is volgens mij nog slechts een ceremoniële godsdienst, in de schoot van gezin en familie; in het maatschappelijke leven ziet men er verdomd weinig van terug.

Heb ik ze allemaal gehad nu?