Dit ooggetuigeverslag van één van mijn voorvaderen – ca. 2.000 generaties geleden – vond ik laatst tussen wat oude spullen op zolder…

“We hadden slechts een vermoeden dat het gras groener was aan gene zijde van de plas; de satellietbeelden waren nog niet binnen. Doch, in de vaste overtuiging dat die beelden later onze stille hoop zouden bevestigen, gingen we aan boord van… een ouwe schuit

De heer P, die aspiraties had in Rotterdam zijn kandidaats te halen, brulde op een gegeven moment weliswaar “Homínes sapientes, de boot is vol!”, maar… ja, we konden moeilijk een aantal onzer op de kade achterlaten! Nee toch!? Wel dan!?
De heer De Wilde – die zelden zijn mond hield, doch nóg zeldener iets zinnigs te melden had – veegde zijn wilde haardos naar achteren en opperde met bekakten stemme, dat zich naar alle waarschijnlijkheid “terroristen en misdadigers” in onze groep schuilhielden en dat die gevoeglijk op de steiger achtergelaten konden worden.
Ja, dat is weer lekker, zo’n opmerking, riposteerde Magere Moos, de stilzwijgende leider van onze groep. Wie stel je voor dat we achterlaten? De Verkades? De Breiviks? De Dunants? De Dutroux-tjes misschien? Of wellicht de De Wildes? Want, wie garandeert ons, meneer De Wilde, dat één uwer nazaten niet uitgroeit tot iets… Wilders?
Jawel, voor een stilzwijgende leider was Magere Moos goed van de tongriem gesneden. Voor de engelstaligen binnen de groep gold hij kortweg als Bony M – tenminste, door de bank genomen. Maar, op momenten als deze plachten er bewonderende uitroepen binnen de groep op te klinken, als “Holy Moses!”
Kijk, het is zo, verschikte Moos op zijn praatstoel, als ik met mijn stok de zee kon splijten, deed ik ‘t. Dan wándelden we met z’n allen naar genezijde, naar Italië of Griekenland! Maar, helaas, deze ouwe stok is geen toverstaf… en deze ouwe sok geen heilige! Dus, geen gejeremieer… allemaal wat inschikken, dan kan iedereen mee!

Aan de overkant was op slag van de in de folder vermelde aankomsttijd een dolenthousiaste menigte te hoop gelopen; stipt volkje daar, in Europa!
Waar komen jullie zo gauw vandaan, informeerde De Wilde, nog vóór we hadden vastgemaakt.
Aus Neanderthal, klonk het antwoord.
Waar ligt dat, vroeg De Wilde.
Bij Lobith rechtsaf!
Mogen we aan land komen, maakte een zichtbaar uitgehongerde Moos korte metten met het gekeuvel.
Hij kon de woorden die na ampel intern overleg op de kade ten antwoord door de stille haven schalden, niet verstaan.
Sorry, riep Moos, mijn Duits is een beetje roestig. Wil u het alstublieft in het Engels zeggen!?
Certainly, old man! Yes, you are welcome to come ashore and seek a better future on our continent, as long as… you do NOT fuck with us or kill us! Okay?
Au quai, we promise, brulde de heer De Wilde en sprong op de kade…”

Afijn, we weten sinds kort hoe het met die afspraken is gelopen, als ik zo vrij mag zijn om het ooggetuigeverslag hier even te onderbreken; ongeveer net zo als met de beloften die wij deden, toen wij een kleine honderdduizend jaar later voet aan wal zetten in het Wilde(!) Westen en Australië…