Merkwaardig eigenlijk…
Nog geen driekwart eeuw geleden stierven tallozen – en waren nog meer beweerdelijk daartoe bereid – voor onze vrijheid. Vandaag de dag staan vele heethoofden schuimbekkend op de barricades voor onze waarden… En desalniettemin valt hun de bek telkens weer open van verbazing, wanneer er iemand is die niet voetstoots zijn eigen traditionele waarden wil inruilen voor de onze.

Nog merkwaardiger is, dat wij het weliswaar volstrekt normaal vinden, dat elk individu het recht heeft zijn geluk na te jagen (Thomas Jefferson vond het zelfs zo belangrijk dat hij het als een van God gegeven en – derhalve – onvervreemdbaar recht liet opnemen in de Amerikaanse Declaration of Independence), maar dat sommigen van ons tegelijkertijd lijken te vinden dat anderen zich maar braaf bij eigen huis en haard moeten laten platbombarderen of in hun eigen stront wegzakken in de overvolle vluchtelingenkampen in Turkije, in afwachting van een oplossing van het gewapende conflict in eigen land.
Maar ja, wie op de internationale gemeenschap wacht, wacht het langst – als het gaat om oplossingen, bedoel ik!

En wanneer de stront je – na jaren vruchteloos wachten op het einde van de oorlog – (letterlijk) tot de lippen gestegen is, gaat dat tóch… ehhh, vervelen. Gek, hè!?

En nou komt het allermerkwaardigste…
Er zijn veel mensen in Europa die hun onvrede over de politiek – en dier chronische gebrek aan werkbare oplossingen – projecteren op díe mensen die alles wat hun lief en dierbaar is, hebben achtergelaten op zoek naar een leefbare plek.

Begrijp me niet verkeerd; ik snap dat heel goed, die gevoelens van onvrede jegens de hogere overheden. Niemand vindt het leuk om een concentratiekamp naast de deur te krijgen (het smoesje “Wir haben es nicht gewusst!” is nu wel over de uiterste houdbaarheidsdatum heen, inderdaad). Maar, om die onvrede nou te gaan lopen projecteren op de sláchtoffers… dát kan ik zo gauw effe niet volgen.

Maar nu komt ‘t…
Ik weet zeker dat die mensen die het hardste roepen, dat die slachtoffers braaf in hun eigen stront moeten blijven zitten wachten, tot de problemen in hun eigen land opgelost zijn (of tenminste totdat alle interne maatschappelijke problemen in óns land eerst opgelost zijn)… dat, wanneer je bij díe mensen zou aankloppen met de vraag “Zeg, hebben jullie hier in de buurt niet een leegstaand optrekje voor dit gezinnetje, en wellicht een korste broods?”, het antwoord minimaal negen op de tien keer gaat luiden: “Maar natúúúrlijk… kom verder!”