Het karakteristieke van die onvoorwaardelijke liefde is dat men haar op den duur voor lief neemt. Of… “men”? Laat ik voor mezelf spreken; dat is weerbarstig genoeg!

Voor mij kwam dat moment (dat ik haar voor lief nam, bedoel ik; of beter, dat ik me daarvan bewust werd), toen ik als jongeling aan de ouderlijke dis een keer met vlammend oog en met de vuist op tafel een vurig betoog hield over… dat weet ik niet meer, en dat er na mijn laatste woord een ademloze stilte viel… Tenslotte zei mijn moeder met vochtige blik uit de grond van haar hart: “Ik hoop dat je altijd degene blijft die je nú bent!”
Haast geïrriteerd wendde ik me tot haar, want… dáár zat ik niet op te wachten, op haar goedkeuring, want… die hád ik immers al! Haha! Nee, ik zat te wachten, realiseerde ik me opeens, op de goedkeuring van mijn váder, op díens waardering!
Immers, vaderliefde is allesbehálve onvoorwaardelijk; die moet “verdiend” worden. Dat is meteen één van ‘s mensen hardste dobbers, het verkrijgen van de erkenning en waardering van vaderlief. Er zijn zelfs hele volksstammen die daarmee nog bezig zijn als het al ruimschoots te láát is; die hebben dat streven gesublimeerd, de vaderfiguur als het ware geïnternaliseerd, haha…
Wablief?
Ik zou voor mezelf spreken, ja! Dat is waar!

Nou, goed dan; van mijn vader heb ík geleerd, om voor de Duvel-en-z’n-mallemoer nog niet bang te zijn en om voor mijn mening uit te komen; en van mijn moeder dus, om trouw te blijven aan mezelf…
Niet dat je daar in de praktijk ene donder aan hebt, trouwens! Goed, ik kreeg van meet af aan de stempels “authentiek” en “eerlijk” opgedrukt, zolang ik me binnen gehoorsafstand bevond, maar… wat men daar wérkelijk mee bedoelde in marionettenl… eh, in ondernemingsland, bedoel ik, is dat ik “ongezeglijk” ben, zeg maar gerust “lastig”, een zogenaamde “lose missile”…

Kortom, bedánkt, lieve ouders!