Het is volbracht…
Ik kende alle coupletten nog van deze authentieke Hollandse fado, als één van de weinigen – zo niet, de enige – op het caféterras, dat volzit met aangewaaid campervolk.

Het is dat er een paar kameraden op bezoek is, anders zag je me daar niet eens zitten, tussen die gasten – de landerigheid ten top…
Wat zeg je?
Ja, dat had je niet verwacht, hè, van iemand die vroeger iedere dág in de kroeg zat. Haha! Jawel, ‘t kan verkeeren, sprak Brederode; verandren candt, zei “vadertje” Cats.

Draait de dikzak die naast me zit, zich opeens naar me toe om en informeert, met een hautain glimlachje op zijn vlezige trekken: Je zong net wel van “…zieke zeelui zijn nadelig en brengen schade aan de vracht“, maar… weet jij eigenlijk wel wat vracht betékent!?
En opeens weet ik het weer…
Verrek, ja, dat is die vent die te pas en te onpas aan iedereen wil laten weten dat ie ooit een blauwe maandag gevaren heeft – zijn claim to fame kennelijk.

Nadat ik geantwoord heb dat vracht naar mijn idee lading betekent, en dat er in dit verband vermoedelijk aan gedacht moet worden dat minder hens aan dek door de bank vertraging betekent en – dus – een lagere opbrengst, kijkt hij triomfantelijk het gezelschap rond: “Grappig, hè!? Hier zit er eentje wat te zingen, maar hij weet niet eens wat ie zingt, hahaha!”
Mijn kameraden en ik wisselen een blik van verstandhouding.

Een week later hangt één van hen aan de telefoon…
Vóórdat ie – nu samen met zijn vrouw – weer onze kant op komt, wil ie eerst één ding van me weten: Is die vrachtlul er nog?
WOEHÁÁÁÁÁÁÁ!