Vítor zit glunderend achterin zijn bootje, terwijl de zware buitenboordmotor lustig knort…

Linda begrijpt die tevreden blik van hem wel; hij is natuurlijk blij dat hij haar éindelijk een wederdienst kan bewijzen…
Ze heeft hem gevraagd om haar bij een nichtje van haar af te zetten, die een paar kilometer stroomafwaarts woont. Die nicht is namelijk jarig en Linda wil haar graag…
Maar natúúrlijk wou Vítor haar wel brengen! Met alle liefde zelfs! Het toeval wil namelijk dat hij uitgerekend ter hoogte van dat gehucht een paar visnetten heeft uitstaan, dus… hij moet er tóch wezen!
Nou, komt dát even mooi uit!

Wat krijgt u van me, senhor Vítor, vraagt Linda fatsoenshalve, terwijl ze ruiterlijk haar beurs trekt.
Och, dona Linda, doe maar twintig euro!
Twintig euro!? Dat is toch niet te geloven, bijt ze zich op haar lip, waar haalt de man de moed vandaan om een geldbeloning te accepteren, na álles wat wij destijds… Je kunt notabene van híeruit de drijvers van ‘s mans netten zien dobberen, waar hij “tóch moest wezen”! Dat “bij een nicht van me áfzetten” heeft hij kennelijk ánders opgevat, dan ik ‘t bedoelde!
Ze beheerst zich, geeft de visser het geld waarop hij recht meent te hebben, en stapt met haar tassen vol geschenken aan wal…
Hè, verdorie, nu heeft ze nog natte voeten gekregen ook!
Zo erg is dat niet, want ze heeft vooraf met die mogelijkheid gerekend en een paar oude gympen aangetrokken. Toch had ze liever over haar gummilaarzen kunnen beschikken nu. Maar ja, díe heeft ze destijds uitgeleend aan de vrouw van “vriend” Vítor…

Toen het water zich teruggetrokken had, was er namelijk een dikke laag rivierslib achtergebleven in de woning van het vissersechtpaar; het huis was niet te betreden geweest zónder een paar stevige laarzen. Welnu, die hád Vítor wel… voor zichzélf, maar… níet voor zijn vrouw natuurlijk.
Dus had Linda haar witte gummilaarsjes ter beschikking gesteld.
Toen ze vervolgens, ongeveer een jaar ná de zondvloed, verlegen geïnformeerd had, of ze misschien haar laarzen terugmocht, had het viswijf haar venijnig toegebeten: “Ja, hállo, en… wat moet ík dan, zonder laarzen!?”

Mét soppende gympen, doch een illusie ármer, bestijgt Linda het steile pad naar de finca van haar nicht…