Ik deed dus inderdaad iets verkeerd, van meet af aan…

Toen mijn vrouw me laatst vertelde dat “onze” dochter een haar aangeboden(!) baan geweigerd had, ontplofte ik!
Terwijl ik me nog zó voorgenomen had, dat niet meer te doen. “A vida é dois dias”, zeggen de Portugezen. Letterlijk vertaald: Het leven is twee dagen. En ik had me voorgenomen dat ik mijn tweede dag niet langer wilde laten vergallen, door nog langer energie te steken in iemand die schijt lijkt te hebben aan alles en iedereen.
“Wy binne der net foar ússels!”, placht mijn vader zaliger te zeggen, hetgeen een variant was op “We benne op de wereld om mekaar te hellepe!”

Effe recapituleren…
Dochterlief vroeg me twee jaar geleden of ze zolang bij ons mocht komen intrekken tót ze weer op eigen benen kon staan.
Túúrlijk, meid! Mi casa es su casa!
Ik geef toe dat ik zo naïef was om het vanzelfsprekend te achten dat ze stad en land zou aflopen, dag en nacht het Internet zou afstropen en niet zou rusten tót ze waar ook ter wereld een baan gevonden zou hebben.
Dát was een misrekening!
Mevrouw lag dag en nacht te rusten en kwam alleen haar bed uit om te kauwen of te kakken.
Hè?
Of om een sigaret te roken, inderdaad.
Ik-zei-de-gek regelde dus een administratief baantje voor haar bij een veebedrijf. Weliswaar voor slechts twee dagen (dinsdag en woensdag) in de week, maar… zo kon ze in ieder geval haar eigen rookgedrag bekostigen.
Dát baantje nu werd meteen door haar opgezegd toen haar gevraagd(!) werd om op zon- en feestdagen in het café, hier in het dorp, te komen meehelpen.
Toen de uitbaatsters van het café de pijp aan Maarten gaven, vroeg ik dochterlief of het niks voor háár zou zijn om dat bedrijf (met hulp van mij uiteraard) voort te zetten. “Geen haar op mijn hoofd!”, luidde zo ongeveer haar antwoord, want ze wilde zús niet en ze wilde zó niet.
Afijn, nu ik dus onlangs vernam dat ze een volledige(!) baan geweigerd had omdat ze “geen zin in zulk werk” had, was voor mij de maat even vol…

“Geen zin in dít werk, geen zin in dát werk”, brulde ik, “je hebt gewoon geen zin in wérk PUNT! Je bent niet alleen een parasiet, je bent de meest luie parasiet die ik ooit gezien heb! Van één of twee dagen een paar uurtjes meehelpen in het café, moet jij de rest van de week uitrusten. Je bent te beroerd om een vinger uit te steken; je doet net of dit een hotel is en je moeder het personeel!”
Afijn, ik zei nog veel meer, maar dat krijg ik nu effe niet door de censuur. Het kwam erop neer dat ik mijn vertrouwen in haar opzegde, voortaan zou doen of ze lucht voor me was en geen vinger meer voor haar zou uitsteken. Kortom, oog om oog, tand om tand!

De volgende dag stond ze in de keuken…
Nou staat ze wel vaker in de keuken, maar dat is alleen om onder de deksels van de pruttelende pannen op het fornuis te koekeloeren, kijken wat de kok schaft. Nú stond ze in de keuken… te kóken!
Ik kon mijn ogen niet geloven; dat was sedert een jaar niet meer voorgekomen. Zou ze het dan eindelijk begrepen hebben?
Een beetje goede wil tonen, had ik in mijn tirade tegen haar gebruld, meer vráág ik niet van je! Is dát nou zo moeilijk!?

Tijdens de maaltijd begon ze opeens vrolijk te keuvelen (in tegenstelling tot haar hooghartige stilzwijgen voorheen, zo van: “Jullie gespreksonderwerpen zijn ver beneden mijn niveau!”).
Weer een dag later ging ze met het busje naar Mértola (ik ben er al een poosje geleden mee opgehouden om nog langer voor chauffeur te spelen) en vroeg ons de avond tevoren of wij nog iets nodig hadden, uit “de stad”…

En meer van die dingen; ik kan nog wel een tijdje zo doorgaan!
Betekent dit nu dat ik twee jaar geleden metéén had moeten beginnen met onverschilligheid en desinteresse te tonen!? Heb ik het van meet af aan helemaal verkeerd aangepakt!?