Dat de documentaire die ik in mijn vorige post noemde, zo krachtig was, komt mijns inziens mede doordat de makers zichzélf zo kwetsbaar opstelden.

Wie dat zeker ook deed, was James Ronald Whitney, in zijn film “Melvin, Just”…

Just Melvin, Just Evil


… een documentaire, welke ik een jaar of vijftien geleden zag, en waarin hij en zijn familie met schier bovenmenselijke moed het misbruik door hun grootvader respectievelijk (stief)vader aan de kaak stelden. De verwoestende invloed ervan op ieders latere leven wordt zonder omhaal of franje aan de kijker getoond. Adembenemend!
Op het einde van de film slagen sommigen, zelfs aan het graf van… ehh, “het beest” noem ik ‘m gemakshalve maar even, er nóg niet in, de zo vertrouwde spiraal van zelfverloochening/-vernietiging te doorbreken. Anders gezegd, zelfs na de dood van hun “moordenaar” maken deze arme mensen, toch veelal schoolvoorbeelden van “white trash”, zichzelf nog steeds ondergeschikt aan bijbelse waarden, als “Eert uw vader en uw moeder!”…
“He was an awesome man!”, hoort men een dochter zeggen, terwijl een andere, stomdronken, zich iets minder vleiend uitlaat over “vaderlief”.
Het frappante was, ik kon béiden ergens wel begrijpen!

Dát was voor mij destijds de eye-opener. Vóór het zien van de film meende ik nog dat álles wat ik niet begreep in ‘s mensen gedrag om me heen, met “hebzucht” te verklaren viel…
Begrijp me goed! Hiermee wil ik beslist niet gezegd hebben, dat hebzucht níet ten grondslag zou liggen aan veel menselijk gedrag; geld is zonder enige twijfel een niet te onderschatten regulerend mechanisme, in bedrijfs- én gezinsleven!
Maar, tóen viel bij mij het… ehh, kwartje, dat de wrede werkelijkheid onéindig veel complexer is.