Ik weet niet of ‘t ermee te maken heeft, maar sinds mijn vrouw aansneed dat onze jongste aanwinst eerdaags “geholpen” moest worden, maakte zich een lichte walging van mij meester – zo ongeveer zoals men zich voelt als men de vorige dag een ietsepietsje te diep in het glaasje gekeken heeft. Alsof dat nog niet voldoende was, werd mijn gedurige onwelzijn nog verergerd door een hevige jeuk aan mijn ballen – of, om precies te zijn, het scrotum…

Die jeuk werd zo hevig dat deze jongen zelfs eerder met de kloten voor de dokter zat dan onze kater. Terwijl laatstgenoemde nog nietsvermoedend achter de blote wijven aanjoeg, liet ondergetekende zich de bewonderende blikken van zijn heelmeesteres welgevallen. Nadat zij het getormenteerde lichaamsdeel van nabij met haar poezelige handjes bepoteld en behijgd had, schreef zij me met tevreden en voldaan blozende konen een zalfje voor.
Welnu, dat zalfje hielp geen kloten, laat staan… afijn…

Toen vandaag voor onze kater de grote dag aangebroken was, gingen wij, terwijl hij in de kliniek zijn roes uitsliep, een hapje eten in de stad met Nederlandse vrienden, een gewezen cipier en zijn vrouw. Hoe nadrukkelijker ik mijn eigen probleem – op een gegeven moment zelfs met béide handen – onder tafel trachtte te houden, des te sneller lag het open en bloot erbovenop. Mijn kameraad suggereerde, terwijl hij meelevend zijn tanden in een worstje zette, een speciale shampoo: “Dat product lieten wij destijds ook los op nieuwe gevangenen!”
Ik, zoals u weet, niet de snuggerste: “Maar denk je dat, als ik dat in mijn haar smeer, dat ene zak gaat helpen!?”

Afijn, om een lang verhaal kort te maken, we stonden een stief kwartiertje later bij de aanpalende apotheek…
Omdat de drie vrouwelijke collega’s van de apotheker op steelse wijze meer belangstelling aan de dag leken te leggen voor mijn hakkelende productomschrijving dan voor hun eigen klanten die ze op dat moment geacht werden te helpen, besloot mijn vriend met een nonchalante uitdrukking op zijn uitgestreken tronie mijn verhaal met gorillagebarentaal te ondersteunen door met beide handen te krabben aan hoofdhaar en oksels, alsof dáár het probleem zat. Onze apotheker hield zijn gezicht in de plooi, maar zijn drie vrouwelijke collega’s leken dwars door onze omtrekkende schijnbewegingen heen te kijken. Wat dies ook zij, mij bekroop het gevoel, dat als deze twee uit de kluiten gewassen, oer-Hollandse hetero’s in de blote kont voor de balie gestaan hadden, er niet veel harder gegiecheld zou zijn…

U zal zich inmiddels – en terecht – afvragen: Wat hebben wij, op het Volvo850-forum, met deze exhibitionistische praatjes-voor-de-vaak te maken?
Welnu, deze inleiding valt in de categorie “functioneel naakt”. Want, wat gebeurt ons op de terugweg naar huis, ongeveer halverwege Beja en Mértola, met onze ontklooide tijger achterin in zijn kooi?
KLOINK!!!
Alsof ik zojuist met 100km/u over een verkeersdrempel gejakkerd ben. Meteen geeft de boordcomputer de melding “Necessária revisão transmissão!”
Met de gebeurtenissen van – wat is ‘t? – twee jaar geleden nog vers in het geheugen roept het optimistje-in-mij meteen in mijn oor: “Ja hoor, de versnellingsbak weer naar de ratsmodee!”

Bij mijn vaste garagist in Mértola brandt nog licht – sterker nog, er wordt om half acht nog met volle bezetting gewerkt. Beginnen die gasten niet ’s ochtends om acht uur al? Wat is dat voor rare calvinistische arbeidsmoraal in dit toch door-en-door roomse land?
Afijn, volgens Armando komen we er wel thuis mee, met het transmissieprobleem: “Kom één dezer dagen maar even langs, dan sluiten we de laptop aan op de boordcomputer teneinde het probleem te preciseren!”
Door ‘s mans bedaardheid toch enigszins opgelucht, zijg ik terug achter het stuurwiel en bij thuiskomst gaat mijn belangstelling zelfs alweer volop uit naar mijn edele delen…

Terwijl ik op het bidet de handel in de shampoo zet, wordt er opeens Groot Alarm geslagen; de tijger is ontsnapt! Dit terwijl hem een week bedrust voorgeschreven is door de behandelend veterinair…
“Hij zit op het dak”, wijst mijn vrouw ontdaan.
Met het schuim op het schaam klautert deze nieuwbakken zakkenwasser over de klepperende pannen, teneinde de ontsnapte gevangene in zijn nekvel te grijpen. Dat lukt al bij de eerste poging, gelukkig!
Terug op de badkamer spoel en droog ik mijn power-tools grondig af. Op instigatie van mijn kameraad heb ik me hedenmiddag bij de apotheek ook nog een verkoelende gel aangeschaft. Ik knijp een flinke klodder in mijn handpalm en smeer het goedje kwistig op mijn neukende joten…
Verkoelend!? Niks verkoelend!! Mijn noten staan in de fik!!!
Met fakkelende fallus spat ik de voordeur uit en spring jodelend met gespreide beentjes vooruit in de nietsvermoedend voorbij rollende rivier…

Druipend en rillerig meld ik me een minuutje later voor het nabluswerk. Mijn vrouw opent de voordeur, richt een smalende smile op mijn smeulende smurf en vraagt belangstellend: “Jeukt ’t nog!”

Wat zegt u?
Onze Volf?
Tja, die is nú met z’n kloten voor de dokter, hè! Is even afwachten…